Het magerebrugwonder
De eerste twee boten passeerden vlot
maar de derde was een diep geladen aak
die zo traag naderde dat (cadeau Karin
pasta, room, boontjes, loodgieter bellen)
Plotseling doemt de aak dichtbij op
en zie ik dat hij geheel gevuld is
met water dat in springerige golfjes
uit het donkere ruim over de boorden stroomt
Boven de wachtende mensen
is de moeheid van de werkdag uitgegroeid
tot een bijna zichtbare tros tekstballonnen
Verwikkeld in gedachten en beslommeringen
zien we niet dat uit de aak
al het water van de Amstel opwelt
Incognito drijft de bron van de rivier voorbij
K. Michel
(Waterstudies, Amsterdam, Meulenhof, 1999)

Ook de vissen
Zou je de Haagse Hofvijver overeind zetten
rechtstandig als een majestueuze wand van water
om het licht de diepte te laten doorstralen
om de stad een doorzichtige spiegel te bieden
een oudgouden glans zou over de huizen strijken
en iemand roept als eerste ‘kijk’ en wijst
toeterend komt het hele verkeer tot stilstand
abrupt worden alle vergaderingen opgeschort
en de straten vullen zich met ogen en geroezemoes
een vorstelijk banket, jagers in een herfstbos
zegels en paperassen, gesluierde naakte vrouwen
iedereen ziet in de vijverwand iets anders
maar allemaal blikken ze diep in de tijd terug
En eindelijk kunnen de hofvissen ook eens
over de schubbenhuid van de daken uitkijken
naar de glinsterende torens en ijspaleizen
de bomen bij de duinen, het gele strandzand
‘kijk’ stoten de vissen elkaar aan, ‘dat zilvergrijze
dat schitterende schuimende, woelende weidse
dat zich daar uitstrekt tot aan de einder en verder
dat is nou de zee, ja dat daar is de zee’
K. Michel
uit: ‘Kleur de schaduwen’, 2004.
Toespraak tot het plafond
ooit was de dolfijn een landdier
het wandelde rond en haalde adem
onder druk van de weersomstandigheden
werd de dolfijn in luttele millennia
richting het water gedreven
de eens volgroeide poten werden korter
en korter tot ze nagenoeg verdwenen
wat de dolfijn aan het bestaan
op het droge overhield waren de longen
evolutionair gezien is dat raar want
wat moet je daarmee onder water
vermoedelijk gaat het om een functie
die nuttig is zij het indirect – denk
bijv. aan lichaamshaar, blindedarm
het blijven voortbestaan van dichters –
misschien is het evolutionaire voordeel wel
dat het de dolfijn in staat stelt van tijd
tot tijd aan de oppervlakte te komen
boven het water uit te springen
en een blik te werpen op de blauwe
of sterren- of wolkenlucht
en de kust
K. Michel
uit: ‘Bij eb is je eiland groter’, 2010
Drie uitzichten (op de terugweg van ziekenbezoek aan mijn moeder)
Klaprozen in de berm
van het spoor bij Geldermalsen
kleuren de grintkiezels
donkergrijzer (Ho Mug geel
in de verte) De trein als vaker zomaar
stilstaand biedt nu geen herkauwende
koeien in ’t groen ter overpeinzing
Iets later (aha een Chin. Ind.
restaurant) even voorbij Den Bosch
hipt een vlaamse gaai zigzag
over het gaasdak van een volière
Kanariegele vogeltjes knetteren
door de kooi ‘Tering hé’ ‘Rot op’
gooien scholieren stukken brood
door het gangpad naar elkaar
Mijn hoofd gloeit een beetje
Er zit iets dwars in mijn borst
‘Debiel’ ‘Doe even normaal ja’
Samengedromd bij een wilgenbosje
staan vijf pony’s de grootste
hapt in de harige nek naast zich
Twee meisjes negeren het kabaal
nonchalant lipsticken ze hun lippen
Om de kleine hersens te kalmeren
gebruikten de Chinezen papaverzaad
‘Kolere’ en voor de luchtwegen
thee van paardenbloesem en ginkgo
voor een gezonde oude dag, maar ja
moedertje daar heb je geen fluit aan
als je aan het alzheimeren bent
Bestond er maar een kuur, een vaccin
Was er maar een geniale hersenarts
‘Mis’ Ik adem diep in
en voel mijn gewicht op de bank
hoe mijn voeten rusten op de vloer
Ik adem langzaam uit het landschap in
Wat een blauw wat een wolken
wat een eindeloos open grasland groen
K. Michel

Ter correctie
Premier spreekt pers toe
Wanneer iemand kwaficaties gebruikt
als ‘u beschadigt het koolijk huis’
dan raakt me dat. Wanneer je consteert
dat de informatie onjuist en onvledig
is resteert er eilijk geen andre
coclusie. Het vertrouwen is geschaad.
Dat de kandaat in de nabeid van de koogin
komt is de inhoudelijke kant. Dat geven
was bkend maar van een voorgnomen
huulijk
was toen nog geen sprake en in het kader
van toestemming waren er nog geen bletslen.
Na braadslagingen in de misterraad vdaag
vinden we dat ondzoek moet worden vricht.
Het gaat om de koogin en het koolijk huis.
K. Michel
Na een avondlang televisiegesprek met de bioloog Tijs Goldschmidt droom ik dat ik zittend op een houten veranda met zijn regenstem ‘Darwins blues’ neurie
blauw is de zee
groen is het schip
geel is het strand
donker de wolken
schril de meeuwen, zilver
de onzichtbare hand
iedereen wordt zeil
niemand wind, iedereen
fluit laat maar waaien
laissez faire als de hemel
valt zien we allemaal blauw
maar wie of wat wuift
daar een rookpluim
kleurt de horizon dicht
van de rijke lading spoelt
later een accordeon aan
een plastic rode die op de waterlijn
heen en weer getrokken zeurt
wij zijn de zee
wij zijn het zeil
wij staan op het strand
K. Michel
