Verliezen

Maas

De tijd van verliezen is aangebroken. Hoe ouder, hoe meer verliezen. Mensen om je heen vallen weg, dierbaren, vrienden, familie. Ze worden ziek, sterven. Je eigen gezondheid en je lichamelijke conditie verandert. Je kunt minder, hoge bergen worden niet meer beklommen, je snelheid is die van een kikker, niet meer van een haas. Je krachten nemen af. Elke dag een beetje. Langzaam zie je de horizon vager worden, de toekomst wenkt niet meer. Je hoop op een betere morgen is weggezet bij de dingen van gisteren. Das war einmal! Je leeft in het nu, minder in dat wat morgen komt. Je leeft in het gisteren – wat je nog steeds bezig houdt, wat terugkeert en waar je aan moet denken. Met bijpassende emoties. Je bent een man, een vrouw van voorheen. Nu gaat voorbij en morgen breekt niet meer aan. Wachten, dat is het. 

Weten en wachten dat het grootste deel voorbij is van je leven. Wat doet dat met je? Hoe onderga je deze tijd, deze stilstand in je verwachtingen. Blijf je een zekere mate van optimisme behouden, pas je jezelf aan en maak je er het beste van? Leg je je neer bij de mogelijkheden die steeds minder worden? Trek je jezelf beetje voor beetje, dag voor dag terug uit de wereld? De filosoof Fons Elders schreef een keer dat mensen die aan het sterven zijn, de wereld en vooral de anderen beleven als kleine eendjes. Eendjes die zwemmen in de badkuip die je zelf bent geworden. je valt samen met het water in de badkuip en met de kuip zelf. En ze zwemmen en zwemmen, maar eigenlijk heb je er geen echt contact mee. Deze metafoor klinkt misschien vreemd in de oren, maar ik geloof dat er een kern van waarheid in schuilt. Ik heb het gezien bij het langzame afscheid van mijn dementerende vader. Hij raakte weg uit de wereld, de wereld kon hem niet meer raken. De wereld was buiten hem, buiten zijn verstaan en beleven. De wereld was de wereld maar hij maakte er geen deel meer vanuit. Een terugtrekking met uiteindelijk een versterven, sterven. 

François Cheng, (een Franse filosoof en dichter), merkt op in vijf meditaties over de dood en over het leven, dat hij er niet aan twijfelt, dat wij mensen deel zijn van een geweldig avontuur, namelijk het avontuur van het leven (in deze kosmos). Maar weten we wel welke rol wij precies in dit kosmisch avontuur spelen? Zijn we misschien acteur in een stuk, waarvan we de handeling en de uitkomst niet kennen, zo oppert hij. Weten we er dan helemaal niks van? Zo negatief is hij echter niet. Over het geheim van het leven weten we best veel. Elk mens draagt in zich, wat dé mensheid in zich draagt, zo zegt hij. En de mensheid draagt alle extreme voorwaarden van het leven in zich: het paradijs zowel als de hel, de bergtop als de afgrond, het streven naar de hoogste sferen als de mogelijkheid tot bodemloze gruwelijkheid, momenten van goddelijk geluk en van ontzetting, door het radicaal boze veroorzaakte lijden. De herdenking van de bevrijding van Auschwitz op 27 januari, alweer 75 jaar geleden, maakt dit laatste meer dan duidelijk. Miljoenen vermoord op fabrieksmatige wijze omdat ze niet pasten in het plaatje van de heersers dat zij in hun hoofd over de wereld hadden gemaakt.

Cheng zegt dat alle mislukte pogingen en onvervulde verlangens een diepe afgrond in de mensheid achterlaten, die alleen door de eeuwigheid kan worden opgevuld. Onze waarheid ligt niet in het aanpassen en doen verdwijnen of vervagen, maar in de transformatie en transfiguratie. Echte vreugde kunnen we alleen vinden als wij de pijn en de tekortkomingen accepteren, die op ons drukken. Ware vrede vinden we alleen als wij onze gebroken lichamen, gebroken en afgemat door de pijn en de verwondingen, in de armen sluiten. Dat is de prijs van het ware leven, zo Cheng. De boodschap is duidelijk. Kunnen we onze verliezen accepteren? Kunnen we accepteren dat we aan de verliezende hand zijn en uiteindelijk nooit zullen winnen? De dood heeft het laatste woord. 

Als we de tijd hebben om hierover na te denken, als we de mogelijkheid hebben om ons leven te zien in een groter perspectief, dan hoeft de dood geen bedreiging te zijn. De dood kan dan een afsluiting zijn, een eindpunt in een lang proces. Wat misschien eerst als verlies wordt ervaren, verlies van het leven, wordt dan een verlossing. Verlossing van het lijden, van de pijn, van de teleurgestelde verwachtingen. Maar ik zeg ‘als’, en in dit ‘als’ zit een voorbehoud opgesloten. Want niet iedereen krijgt de kans terug te kijken op zijn leven. Niet iedereen heeft de mogelijkheid om zijn of haar leven in een ander licht te zien, dan in het licht van het ervaren moment. Niet iedereen kan het perspectief innemen dat Cheng beschrijft in zijn meditaties. Maar dat doet niets af aan de waarde daarvan en hun zeggingskracht blijft sterk. 

Voor Cheng zijn de werkelijkheid van mens en het goddelijke niet gescheiden. Ze raken aan elkaar. Hij verwijst naar Jezus van Nazareth die zelfs aan het kruis, tijdens zijn marteldood, vroeg om vergeving van zijn beulen, want ze weten niet wat ze doen. Cheng zegt dat deze aan God gerichte woorden ook tot ons zijn gesproken. Want ze nodigen ons uit om aan de goddelijke vergeving deel te hebben, om het menselijke worden te verenigen met het goddelijke worden, én de uniciteit van elk wezen met de uniciteit van het ZIJN. Iemand die zo spreekt, zo Cheng, zoals Jezus deed aan het kruis, laat de tunnel van het leven uitmonden in het OPENE. In hem bewijst de dood niet alleen de absoluutheid van het leven, maar ook de absoluutheid van de liefde. In hem neemt de dood een andere natuur en een andere dimensie aan: hij wordt tot opening, waardoor de oneindige adem van transfiguratie stroomt. Ja, in hem heeft zich de dood tot ware geboorte getransformeert. En dat heeft op onze aarde plaatsvonden in de geschiedenis van mensen. Een  moment in onze menselijke geschiedenis dat nog steeds effect heeft op ons leven, ons denken en ons handelen. Cheng spreekt niet direct als christen hier, maar hij onderschrijft de kracht van deze gebeurtenis. 

Al ben je geen christen die gelooft in een opstanding en misschien wel een leven na de dood, het idee dat de dood niet het laatste woord heeft, dat dood niet dood is, maar dat de dood een doorgang is en kan zijn, is hoopvol. Het is een groot pleidooi voor het leven en de ongekende kracht van dit leven. Dit leven als mysterie in deze kosmos. En wij maken daar deel van uit. Misschien is deze gedachte wel zo krachtig dat ze ons ook kan helpen al onze verliezen te leren dragen. Wie weet. 

John Hacking 

28 januari 2020

bron:

Cheng, Francois, Fünf Meditationen über den Tod und über das Leben, München 2015 (C.H. Beck)