Thomas Merton en Simone Weil over (het gebod) mbt de "liefde tot God"

 

Thomas Merton – De maat van de liefde ( als gebod)

De wet van de economie van de goddelijke liefde luidt, dat wij zoveel aan liefde zullen bezitten als wij aan liefde hebben weg te geven. Wij zijn geroepen om er zoveel van te geven als wij hebben en nog méér zelfs, namelijk zoveel als wij zijn. De maat van onze liefde is in theorie onbegrensd. Hoe meer wij onszélf in liefde wensen te geven, des temeer zullen wij hébben om te geven.
Hoe meer wij geven, des temeer zullen wij vrije en fiere mensen zijn. Probeert iemand te houden wat hij is en hééft met de bedoeling om het voor zichzelf te bewaren, dan begraaft hij zijn talenten. Liefde kent geen vrees. Doordat zij alles wat zij bezit gegeven heeft, heeft zij niets over om te bezitten. Doordat zij volledig in harmonie leeft met alles wat goed is, schenkt zij de ware vrede en hoeft zij het kwade niet te vrezen.
Liefde is vrij, want zij doet altijd wat zij het liefste wil. Zij verlangt niets anders dan lief te mogen hebben en zij kan dat verlangen niet stil zetten. Alleen liefde kan ons leren, hoe wij mogen doordringen tot de verborgen goedheid van de dingen die wij kennen. Kennis zonder liefde zal nooit toegang vinden tot de innerlijke geheimen van het zijnde. Alleen de liefde kan God werkelijk kennen zoals Hij is, want God is Liefde. Liefde die nog niet volmaakt is, kent nog angst. Zij vreest nog niet volmaakt te zijn. Zij is nog niet echt vrij. Er valt immers nog iets te doen waartoe zij niet in staat is. Zij heeft de innerlijke rust nog niet gevonden, omdat zij zich nog niet volledig gegeven heeft. Zij verkeert nog in duisternis, omdat zij zich nog niet totaal aan God gegeven heeft. Daarom kent zij Hem nog niet. Zij verkeert nog in onzekerheid hoe Hem te vinden in de dingen die haar vertrouwd zijn.
Door onze eigen krachtsinspanning kan onze liefde niet volmaakt worden. Vrede, zekerheid, vrijheid en onbevangenheid voor de zuivere liefde van God zijn gaven van Hém. Liefde die nog niet volledig is, moet leren wachten op Zijn welwillendheid. Zij moet haar eigen onvolmaaktheid leren dragen tot de tijd rijp is voor een volledige zelfovergave.
Wij hebben de neiging om onszelf te identificeren met degenen die wij beminnen. Wij trachten tot hun zielen door te dringen en te worden wat zij zijn, te denken zoals zij denken, te voelen zoals zij voelen. Zo gaan we ervaren wat zij ervaren. Tussen zielen die hun wederzijdse eenzaamheid niet weten te respecteren, kan echter geen ware intimiteit bestaan. Ik kan niet in liefde met iemand verbonden zijn, wanneer mijn liefde hem van zijn glans tracht te beroven, hem tot mijzelf probeert te herleiden of weg te vagen. Evenmin kan ik ware liefde opwekken bij iemand die ik er door mijn liefde toe wil brengen om zichzelf te verliezen door al zijn liefde over mij uit te storten. Als wij kennis van God krijgen, gaat de vereenzelviging van onszelf met hen die wij liefhebben overeenstemmen met de eenheid die wij met God ervaren. Deze identificatie wordt daaraan dan tegelijk ondergeschikt gemaakt. lil!, Zo begint onze liefde met het inzicht in eigen beperktheid, om zich daarna te verheffen tot het bewustzijn van haar eigen grootheid.
Blijven wij vastzitten in onszelf, dan blijven wij gescheiden en ver van elkaar.
In God echter worden wij één met degene die wij liefhebben. Wij kunnen hen niet in God vinden, voordat wij eerst volkomen onszelf in Hem gevonden hebben. Daarom moeten wij er voor zorgen dat wij onszelf niet verliezen, doordat wij buiten Hem om naar hen zoeken. De liefde is namelijk niet te vinden in de leegte die er bestaat tussen ons eigen wezen en dat van de ander die wij liefhebben. Er bestaat slechts een illusie van onderlinge eenheid, als onze gedachten, woorden of gevoelens ons buiten onszelf trekken en ons samen een ogenblik boven de leegte uit doen stijgen. Maar als dat ogenblik voorbij is, keren wij weer tot onszelf terug of vallen wij in een leegte.
Uit: Thomas Merton, Een leven lang om geboren te worden. Mediteren met Thomas Merton Zoetermeer 2001 (Uitgeverij Meinema) p. 87-88
Hosea 6,6: Want liefde wil ik, geen offers; met God vertrouwd zijn is meer waard dan enig offer

Simone Weil: VORMEN VAN INDIRECTE LIEFDE TOT GOD (als gebod)

Het gebod “heb God lief”drukt in zijn gebiedende wijs uit dat het niet alleen betrekking heeft op de instemming dan wel op de weigering die de ziel geven kan wanneer God zelf om de hand van zijn toekomstige bruid komt vragen, maar ook op een liefde die aan dat bezoek voorafgaat.
Deze voorafgaande liefde kan God niet tot doel hebben, want God is er niet tegenwoordig en is het nog nooit geweest. Zij heeft dus een object van andere aard, maar is toch bestemd om liefde tot God te worden. Men kan haar indirecte of impliciete liefde noemen. Dat geldt ook nog wanneer het object van die liefde de naam van
God draagt. Want men kan dan zeggen dat deze naam alleen in oneigenlijke zin is gebruikt, of dat het gebruik zich slechts laat wettigen door de gevolgen die het moet hebben. De indirecte liefde tot God kan zich slechts op drie directe objecten richten, de enige objecten hier op aarde waarin God wel verborgen maar toch werkelijk aanwezig is: de eredienst, de schoonheid van de wereld en de naaste. Dat maakt dus drie liefdes.
Misschien moet er de vriendschap aan worden toegevoegd, maar strikt genomen verschilt zij van de naastenliefde.
Deze indirecte liefde is in alle drie vormen precies gelijkwaardig. Al naargelang de omstandigheden, het temperament en de roeping, ontluikt een van de drie vormen van liefde het eerst in de ziel; één van drieën is in de loop van de voorbereidende periode overheersend, al hoeft zij niet over de hele periode dezelfde te zijn.
Waarschijnlijk zal in de meeste gevallen deze periode van voorbereiding haar voltooiing niet bereiken en zal de ziel niet ontvankelijk zijn voor het persoonlijk bezoek van haar Heer, wanneer die ziel – niet in belangrijke mate deze drie vormen van indirecte liefde kent.
Deze drie vormen namelijk tezamen betekenen de liefde tot God op de wijze die bij deze periode van voorbereiding past, in een nog onontwikkelde gestalte dus. Deze drie vormen van liefde verdwijnen niet als de eigenlijke liefde tot God in de ziel ontwaakt. Zij wordt alleen veel sterker, en versmelt met de andere, hogere vorm der liefde.
De verborgen en nog niet uitgegroeide vorm van de indirecte liefde gaat noodzakelijk voorop en is vaak voor zeer lange tijd de enige vorm van liefde in de ziel; ja, hij veel mensen blijft dat waarschijnlijk zo tot aan hun dood. Deze verborgen liefde kan een hoge graad van zuiverheid en kracht ontwikkelen. Ieder van deze vormen van liefde waartoe een bewogen ziel in staat is, heeft de kracht van een sacrament.

Uit: Simone Weil. Wachten op God, Utrecht 1997 (Bijleveld)

Deut 6,4-5:  Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige!
Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.