Gedicht voor het nieuwe jaar…

IK PRAAT ONOPHOUDELIJK
 
Ik praat onophoudelijk over het subtiele verschil
tussen de vrouwen en de bomen, over het
magische van de aarde, over een land waarvan ik
de stempel nog in geen enkel paspoort heb gezien.
Ik vraag: waarde dames en zeer geachte heren,
is de aarde van de mensen voor alle mensen zoals
jullie beweren? Waar bevindt zich dan mijn hutje
en waar bevind ik mij? De assemblee applaudisseert.
Drie extra minuten, drie minuten van vrijheid en
erkenning. De assemblee heeft het recht op onze
terugkeer goedgekeurd, zoals alle kippen, zoals alle
paarden terugkeren naar een droom van steen.
Ik druk hen de hand, één na één, maak een diepe
buiging en zet mijn reis voort naar een ander
land waar ik spreek over het verschil tussen een
luchtspiegeling en de regen en vraag: waarde
dames en zeer geachte heren, is de aarde
van de mensen voor alle mensen?

Mahmoed Darwisj, Palestina, 1941-2008

Vertaling Benaissa Bouhmala-Germain Droogenbroodt

uit “Minder rozen”, Gedichten Mahmoed Darwisj
POINT-Boekenplan

Voor meer informatie en bestellingen zie:
https://www.mosaesonetto.com/showroom-met-bijzondere-poezie/minder-rozen-en-andere-gedichten-mahmoed-darwish/


Vrijheid

Het is niets, jouw dood, kleine Palestijn,
wiens naam ik niet eens uitspreken kan…

Is er een woord
dat minder met vernieling
met leed en bloed is bevlekt
dan vrijheid?

Ononderbroken weerklinkt het geroffel
de oorlogen worden niet meer verklaard
maar voortgezet

Vlaggen worden gehesen
of neergehaald
overwinning of onderdrukking
alleen de tijd die het weet

Ach vrijheid
waar ben je in Gaza,
in Iran, in Afghanistan, in Soedan, in…

Nee, evenmin voor jou
is er vrijheid noch vrede
Stuur je naar Face Book een selfie
vóór je straks zonder vrijheid of vrede
van honger sterven moet?

Germain Droogenbroodt


Een nieuw jaar zonder oorlog

Aan de rand van de zich uitbreidende draaikolk van oorlog,
haalt het jaar adem.

In Oekraïne luiden de klokken waar voorheen de rook heerste;
Op de as van Gaza ontluikt de olijfboom in licht,
en de oude wonden van Thailand en Cambodja
drinken heldere regen.

In die regen van medelijden die de verbrijzelde wereld verbindt,
vertrekt het verdorde beest van de toorn;
een kind van genade wordt geboren.

De kroniekschrijver van de nacht
wist de klaagzang van de mensheid uit

en schrijft bij zonsopgang.
Toen de nieuwe poort wijd openzwaaide,
luisterde de mensheid naar het hart.

Byeong Cheol Kang, Korea

Vertaling uit het Engels van Germain Droogenbroodt


De diameter van de bom

De diameter van de bom was dertig centimeter
en de diameter van zijn effectief
bereik ongeveer zeven meter.
En daarbinnen vier doden en elf gewonden.
En daaromheen in een grotere cirkel
van pijn en tijd, liggen verspreid
twee ziekenhuizen en een kerkhof.
Maar de jonge vrouw die
begraven werd waar ze vandaan kwam,
meer dan honderd kilometer verderop,
maakte de cirkel een stuk groter.
En de eenzame man die huilt om haar dood
in een uithoek van een ver land
sluit de hele wereld in de cirkel in.
En dan heb ik het nog niet over het huilen van de wezen,
dat reikt tot de zetel van God
en daar voorbij, en dat de cirkel
zonder grenzen maakt en zonder God.

Yehuda Amichai

vertaling Daan Bronkhorst


Ninety-nine names

I invent
ninety-nine names for hope,
I call them
chair, table, bed,
bread, coffee, wine,
rain, sun, thunderstorm,
pain, health,
love, sleep, bird, tree, child.
I also invent ninety-nine names
for humanity
and write them
in my pocket diary.
At the end of the year
I hand them over:
January 11,
the rising cost of basic foodstuffs
does not erase the memory
of the breaking of bread;
April 12,
the military dictatorship
does not prevent the thunderstorm
from purifying the air above the city;
October 13,
torture
does not erase the taste
of a kiss from the lips.
Hope, humanity:
Hunger, fear, and violence
will belong
in the museum
of extinct words.

Fritz Deppert


Novantanove nomi

Invento novantanove nomi
per la speranza,
li chiamo
sedia, tavolo, letto,
pane, caffè, vino,
pioggia, sole, temporale,
dolore, salute,
amore, sonno, uccello, albero, bambino.

Invento novantanove nomi
anche per l’umanità
e li scrivo nella
mia agenda tascabile.

Alla fine dell’anno,
li trasferisco:
11 gennaio,
l’aumento del costo dei generi alimentari di base
non cancella il ricordo dell’atto
di spezzare il pane;
12 aprile,
la dittatura militare
non impedisce il temporale
che purifica l’aria sulla città;
13 ottobre, la tortura
non cancella il sapore
di un bacio dalle labbra.

Speranza, umanità:
Fame, paura e violenza
appartengono
al museo delle parole estinte.

Fritz Deppert


Dit alles is een dansritme

Het leven van een mens wordt met de jaren minder afhankelijk
van de verandering en de vernieuwing van de tijd. Soms valt de duisternis
midden in de omhelzing van twee mensen bij een raam,
zomer loopt ten einde tijdens een liefde, en de liefde gaat door,
de herfst in; iemand gaat dood halverwege een zin
en de zin blijft aan weerszijden; dezelfde regen
valt op wie na het afscheid weggaat
en op wie na het afscheid achterblijft, of een zelfde
gedachte keert telkens terug, op weg door steden en dorpen
en vele landen, in het hoofd van één reiziger.

Dit alles vormt een vreemd dansritme.
En ik weet niet wie erop danst
of wie tot dansen aanzet.

Een tijdje geleden vond ik een oude foto
van een meisje dat al jaren dood is, en mijzelf.
We zitten in een kinderlijke omhelzing voor een muur
waar een perenboom tegenop groeit: haar ene hand
op mijn schouder en de andere vrij en uitgestrekt
vanuit de doden naar mij, nu.

En ik wist dat de hoop van de doden hun verleden is,
en hun verleden is niet meer, want God heeft genomen.

Yehuda Amichai

vertaling Tamir Herzberg


Noël

Trois petits sapins
Se donnaient la main
Car c’était Noël
De la terre au ciel.

Prirent le chemin
Menant au village
Jusqu’à l’étalage
D’un grand magasin.

Là, ils se couvrirent
De tout ce qui brille:
Boules et bougies,
Guirlandes pour luire,

Et s’en retournèrent
La main dans la main
Par le beau chemin

De l’étoile claire
Jusqu’à la forêt
Où minuit sonnait,
Car c’était Noël
De la terre au ciel.

(Jean-Louis Vanham)
 


On the Wing

Once in a dream (for once I dreamed of you)
    We stood together in an open field;
    Above our heads two swift-winged pigeons wheeled, 
Sporting at east and courting full in view:—
When loftier still a broadening darkness flew, 
    Down-swooping, and a ravenous hawk revealed;
    Too weak to fight, too fond to fly, they yield;
So farewell life and love and pleasures new. 
Then as their plumes fell fluttering to the ground, 
    Their snow-white plumage flecked with crimson drops, 
        I wept, and thought I turned towards you to weep:
    But you were gone; while rustling hedgerow tops 
Bent in a wind which bore to me a sound
        Of far-off piteous bleat of lambs and sheep. 

Christina Rossetti
1830 –1894


Roddelpraat van de dood

Dit zijn stenen uit een groots visioen
en dit zijn verblekende beenderen
van een droom die in de woestijn is doodgegaan.
En ik vertegenwoordig de continuïteit in mijn huis:
met de agressieve, geamuseerde stem
waarmee je een kat uit de keuken jaagt
verjaag ik gedachten aan de dood.
Dat ik nog steeds leef is omdat
bepaalde kogels en bacteriën niet hebben geraakt.
Ik ben een levend bewijs van hun falen.

En ’s nachts komen ze bij me om
militaire geheimen te vertellen.
Ik wil het niet weten,
roddelpraat van de dood!

Yehuda Amichai

vertaling Tamir Herzberg


Mijn zoon

Om de liefde en om het spel van de liefde
en omdat de pijn van wie niet is geboren
misschien groter is dan de pijn van wie wel is geboren,
zei ik tegen de vrouw ‘laat ons een mens maken
naar ons beeld, als onze gelijkenis’,
en dat deden we maar hij werd anders dan wij
van dag tot dag.

Hij luistert stiekem achter de deur naar de
gesprekken van zijn ouders,
hij begrijpt ze niet maar groeit op met die woorden
zoals een plant groeit zonder iets te begrijpen
van zuurstof, stikstof en andere stoffen.

Daarna staat hij voor de open Arke
des Verbonds van de legenden
en voor de verlichte etalages van de geschiedenis,
de oorlogen van de Makkabeeën, David en Goliat,
de zelfmoordenaars van Masada, de opstanden in de getto’s,
Hanna en haar zeven zonen;
hij staat met zijn ogen wijd open
en kweekt van binnen een gelofte als een grote bloem,
te leven en te leven en niet te sterven als zij.

Als hij schrijft begint hij onder aan de letters,
als hij twee vechtende ridders tekent
begint hij met de zwaarden, daarna de armen,
dan het hoofd. En voorbij het tekenpapier,
voorbij de tafel, de hoop en de vrede.

Hij had een keer iets verkeerds gedaan op school
en had straf gekregen: ik zag
hem zitten eten, alleen in het lege lokaal,
met de bewegingen van een dier dat troost zocht.
Ik zei tegen hem, verzet je tegen mi
maar hij verzet zich tegen de school,
wetten en vonnissen.
Ik zei tegen hem, stort je toorn over mij uit
maar hij streelt me en ik streel hem.

Het eerste echte grote reisje
van de schoolkinderen
is dat waarvan ze
nooit meer terugkomen.

Yehuda Amichai

vertaling Tamir Herzberg


A Coast-Nightmare

I have a friend in ghostland—
   Early found, ah me, how early lost!—
Blood-red seaweeds drip along that coastland
   By the strong sea wrenched and tossed.
In every creek there slopes a dead man’s islet,
   And such an one in every bay;
All unripened in the unended twilight:
   For there comes neither night nor day.

Unripe harvest there hath none to reap it
   From the watery misty place;
Unripe vineyard there hath none to keep it
   In unprofitable space.
Living flocks and herds are nowhere found there;
   Only ghosts in flocks and shoals:
Indistinguished hazy ghosts surround there
   Meteors whirling on their poles;
Indistinguished hazy ghosts abound there;
   Troops, yea swarms, of dead men’s souls.—

Have they towns to live in?—
   They have towers and towns from sea to sea;
Of each town the gates are seven;
   Of one of these each ghost is free.
Civilians, soldiers, seamen,
   Of one town each ghost is free:
They are ghastly men those ghostly freemen:
   Such a sight may you not see.—

How know you that your lover
   Of death’s tideless waters stoops to drink?—
Me by night doth mouldy darkness cover,
   It makes me quake to think:
All night long I feel his presence hover
   Thro’ the darkness black as ink.

Without a voice he tells me
   The wordless secrets of death’s deep:
If I sleep, his trumpet voice compels me
   To stalk forth in my sleep:
If I wake, he hunts me like a nightmare;
   I feel my hair stand up, my body creep:
Without light I see a blasting sight there,
   See a secret I must keep.

Christina Rossetti
1830 –1894


Noël

Du village nocturne naissent les mille tours d’une cité
des paons blancs tristement
parcourent les cours
où l’eau retient le ciel d’étoiles
où la lune s’écoule des seaux
au frisson hésitant du vent.

Le bruit des attelages secoue les granges infinies
les verrous glissent sans bruit
et les portes soupirent
libérant l’ombre des chevaux

Pâles avec une lenteur de songe
du ciel tombent
les pétales des routes de minuit

Qui donc pose aux marguerites de l’hiver
la question d’amour ?

(Alain Borne)
 


Ik voel me goed in mijn broek

Als de Romeinen niet, trots op hun overwinning,
de boog van Titus hadden gebouwd, dan kenden wij nu niet
de vorm van de menora uit de tempel.
Maar de vorm van Joden kennen we omdat ze
kinderen hebben gekregen, kinderen tot aan mij.

Ik voel me goed in mijn broek
die mijn overwinning bergt.
Al weet ik dat ik dood zal gaan
en al weet ik dat de Messias niet komt,
ik voel me goed.

Ik ben gemaakt van restjes vlees en bloed
en van restjes levensbeschouwing. Ik ben de generatie
van de bodem van de pan: soms hoor ik
’s nachts als ik niet kan slapen
de harde lepel krabben
en schrapen op de bodem van de pan.

Maar ik voel me goed in mijn broek,
ik voel me goed.

Yehuda Amichai

vertaling Tamir Herzberg

Korte toelichting
Er is veel dood in de poëzie van Yehuda Amichai (1924-2000). En veel geschiedenis, vooral Joodse geschiedenis. Ook de geschiedenis van de staat Israël is bij hem op de eerste plaats een hoofdstuk in de geschiedenis van het Joodse volk. En hij is getuige van die geschiedenis. In zijn gedichten schrijft hij altijd ‘ik’, nooit ‘wij’ – ‘En ik vertegenwoordig de continuïteit in mijn huis’. De dichter als eeuwige toeschouwer, op enige afstand, maar nooit echt afstandelijk. Het ‘ik’ is wel degelijk ook participant, in allerlei rollen, niet in het minst die van vader. Geschiedenis, in het Hebreeuws toledot, is naar Joodse opvatting de opeenvolging van generaties.
Zelf zei hij eens: ‘Mijn denken over de geschiedenis en over God is heel erg Joods, zelfs als ik tegen de geschiedenis en God ben. Daarom wordt mijn werk, denk ik, ook op de religieuze scholen besproken. Het is een oude Joodse gedachte om met God te vechten, tegen God je twijfel uit te schreeuwen.’
Zo zag hij het leven: mensen die gewoon bij elkaar gaan zitten, in onderlinge verbondenheid, daarvan genieten, vragen stellen en antwoorden zoeken, en intussen treuren om een verloren liefde en huilen om de dood van hun dierbaren.
Van Yehuda Amichai is in het Nederlands één bundel verschenen: Een grote rust: vragen en antwoorden. Vertaald door Tamir Herzberg (Meulenhoff, Amsterdam 1988). Een vijftiental gedichten, eveneens vertaald door Tamir Herzberg, verscheen in Aan de oever der wijde zee. Zeven Hebreeuwse dichters van nu. Poetry International Serie (Meulenhoff, Amsterdam 1988).


Noël

Ni ici ni maintenant. Vaine promesse
D’autre chaleur et nouvelle découverte
Elle se défait sous l’heure où la nuit tombe.
Des lumières brillent dans le ciel ? Elles ont toujours brillé.
De cette vieille illusion nous nous désabusons :
C’est le jour de Noël. Rien ne se passe.


Natal

Nem aqui, nem agora. Vã promessa
Doutro calor e nova descoberta
Se desfaz sob a hora que anoitece.
Brilham Jumes no céu? Sempre brilharam.
Dessa velha iluso desenganemos:
É dia de Natal. Nada acontece.

(José Saramago)

Recueil: Les poèmes possibles

Traduction: Nicole Siganos


The Road Not Taken

Two roads diverged in a yellow wood,
And sorry I could not gravel both
And be one traveler, long I stood
And looked down one as far as I could
To where it bent in the undergrowth;

Then took the other, as just as fair,
And having perhaps the better claim,
Because it was grassy and wanted wear;
Though as for that, the passing there
Had worn them really about the same.

And both that morning equally lay
In leaves no step had trodden black.
Oh, I kept the first for another day!
Yet knowing how way leads to way,
I doubted if I should ever come back.

I shall be telling this with a sigh
Somewhere ages and ages hence:
Two roads diverged in a wood, and I-
I took the one less traveled by,
And that has made all the difference.

Robert Frost (1874-1963)


In einem gelben Wald, da lief die Straße auseinander,
und ich, betrübt, daß ich, ein Wandrer bleibend, nicht
die beiden Wege gehen konnte, stand
und sah dem einen nach so weit es ging:
bis dorthin, wo er sich im Unterholz verlor.

Und schlug den andern ein, nicht minder schön als jener,
und schritt damit auf dem vielleicht, der höher galt,
denn er war grasig und er wollt begangen sein,
obgleich, was dies betraf, die dort zu gehen pflegten,
sie beide, den und jenen, gleich begangen hatten.

Und beide lagen sie an jenem Morgen gleicherweise
voll Laubes, das kein Schritt noch schwarzgetreten hatte.
Oh, für ein andermal hob ich mir jenen ersten auf!
Doch wissend, wie’s mit Wegen ist, wie Weg zu Weg führt,
erschien mir zweifelhaft, daß ich je wiederkommen würde.

Dies alles sage ich, mit einem Ach darin, dereinst
und irgendwo nach Jahr und Jahr und Jahr:
Im Wald, da war ein Weg, der Weg lief auseinander,
und ich – ich schlug den einen ein, den weniger begangnen,
und dieses war der ganze Unterschied.

Vertaling Paul Celan


Zwei Straßen gingen ab im gelben Wald,
Und leider konnte ich nicht beide reisen,
Da ich nur einer war; ich stand noch lang
Und sah noch nach, so weit es ging, der einen
Bis sie im Unterholz verschwand;

Und nahm die andre, grad so schön gelegen,
Die vielleicht einen bessern Weg versprach,
Denn grasbewachsen kam sie mir entgegen;
Jedoch, so weit es den Verkehr betraf,
So schienen beide gleichsam ausgetreten,

An jenem Morgen lagen beide da
Mit frischen Blättern, noch nicht schwarz getreten.
Hob mir die eine auf für’n andern Tag!
Doch wusste ich, wie’s meist so geht mit Wegen,
Ob ich je wiederkäm, war zweifelhaft.

Es könnte sein, dass ich dies seufzend sag,
Wenn Jahre und Jahrzehnte fortgeschritten:
Zwei Straßen gingen ab im Wald, und da –
Wählt‘ ich jene, die nicht oft beschritten,
Und das hat allen Unterschied gemacht.

Vertaling Eric Boerner


VERSOS NACIDOS DEL FUEGO DEL AMOR DE DIOS QUE EN SÍ TENÍA

Vivo sin vivir en mí
y tan alta vida espero
que muero porque no muero.

Vivo ya fuera de mí,
después que muero de amor,
porque vivo en el Señor,
que me quiso para sí;
cuando el corazón le di
puso en mí este letrero:
«Que muero porque no muero».

Esta divina unión,
y el amor con que yo vivo,
hace a mi Dios mi cautivo
y libre mi corazón;
y causa en mí tal pasión
ver a mi Dios prisionero,
que muero porque no muero.

¡Ay, qué larga es esta vida!
¡Qué duros estos destierros,
esta cárcel y estos hierros
en que está el alma metida!
Sólo esperar la salida
me causa un dolor tan fiero,
que muero porque no muero.

Acaba ya de dejarme,
vida, no me seas molesta;
porque muriendo, ¿qué resta,
sino vivir y gozarme?
No dejes de consolarme,
muerte, que ansí te requiero:
que muero porque no muero.

Schez. de Cepeda Dávila y Ahumada.
Santa Teresa de Jesús


VERZUCHTING NAAR HET EEUWIG LEVEN

Ik leef, maar niet in mij,
en mijn hopen is zo hunkerend
dat ik sterf van niet te sterven.

Ik leef reeds buiten mij
sinds ik van liefde sterf.
Want leven doe ik in de Heer,
die mij heeft gewild voor Zich.
Toen ik Hem gaf mijn hart,
plaatste Hij dit schild erin:
dat ik sterf van niet te sterven.

Dit goddelijk gevang van
de liefde waarmee ik leef
heeft God mijn gevangene gemaakt
en vrij mijn hart.
En het doet mij zoveel leed
God te zien nu mijn gevangene:
dat ik sterf van niet te sterven.

Ach, wat duurt dit leven lang!
En hoe hard die ballingschap!
Deze kerker, deze boeien,
waarin de ziel is opgesloten!
Alleen al ‘t wachten los te komen
geeft mij pijn zo vreselijk :
dat ik sterf van niet te sterven.

Ach, hoe bitter is het leven
daar waar men de Heer niet smaakt !
Want zo de liefde zoet is,
het durend hunkeren is dit niet.
Mocht God mij deze last ontnemen,
drukkender dan staal :
dat ik sterf van niet te sterven.

Enkel met het diep vertrouwen
eens te sterven, leef ik.
Want sterven dat is leven,
verzekert mij mijn hoop.
Dood, die ‘t leven doet bereiken,
talm niet langer, jou verwacht ik:
dat ik sterf van niet te sterven.

Bedenk hoe sterk de liefde is;
leven, val mij niet meer lastig,
bedenk hoe enkel overblijft
om jou te winnen, je te verliezen.
Laat de zoete dood maar komen,
laat de dood snel komen:
dat ik sterf van niet te sterven.

Dit leven van Hierboven
dat het ware leven is,
tot aan ‘t sterven van dit leven
smaakt men, al levend, niet.
Dood, wil mij dan niet ontvluchten;
laat, eerst stervend, mij toch leven:
dat ik sterf van niet te sterven.

Leven, hoe kan ik jou geven
aan mijn God die leeft in mij,
tenzij door je te verliezen
zó verdienend je te winnen?
Stervend wil ik jou verkrijgen
daar ik zozeer min mijn Liefste :
dat ik sterf van niet te sterven.


Invierno
 
Aquel año sabíamos que existía el cielo  
porque creíamos en la tempestad, 
pero jamás veíamos el cielo. 

Encerrados de la mañana a la noche,  
no dejábamos de hablar sobre lo que haríamos más tarde.  
El mar pendía de la lengua. Caballos extintos 
bajaban y subían las colinas que decíamos conocer.

Luego de un tiempo, el viento cambió,  
fue del oeste al este sin detenerse, 
la calle se llenó de grajos y perros salvajes, 
y la luz se volvió un precipicio al final del día.

Y cada uno de nosotros tuvo miedo,  
miedo del ruido de los vecinos y la ausencia de ruido, 
de la cola enorme de la rata que bajaba del techo, 
de la pelea de los grajos afuera, 

miedo de la insistente pregunta de los niños,  
que era siempre la misma, y miedo de la memoria, 
pues empezamos a confundir los días antiguos 
con lo que imaginábamos para más adelante, 
y pronto, ya no supimos si la vida era solo un deseo.

Vivíamos un día que se salía de sus márgenes  
como un tren más extenso que la ciudad a donde llega.
Aquel año, sobrevivimos por setecientos días. 
Miles de horas de frío para una sola noche. 

Jorge Galán


Winter

That year, we knew the sky existed 
because we believed in the storm, 
but we never saw the sky.

Shut in from morning until night, 
we couldn’t stop talking about what we’d do after. 
The sea hanging from our tongues. Extinct horses 
went up and down the hills we claimed to know.

After a while, the wind changed, 
it went from west to east and didn’t stop, 
the street filled with rooks and wild dogs, 
and the light became a cliff at day’s end.

And we were each afraid, 
afraid of the noise of the neighbors  
and the absence of noise, 
of the huge tail of the rat descending from the roof, 
of the fighting of the rooks outside

afraid of the children’s insistent question, 
which was always the same, and afraid of memory, 
since we had started to confuse the old days 
with what we imagined lie ahead 
and soon, we no longer knew whether life was just a wish.

We lived a day that went beyond its limits 
like a train longer than the city where it stops.
That year, we survived for seven hundred days. 
Thousands of hours of cold for a single night.
 
Jorge Galán

translated from the Spanish by Janet Hendrickson
 


Matin poétique

Lire l’étincellement
sur les pétales de l’aube

bâtir un pont en air
s’élançant au-delà de l’horizon
avec les couleurs de l’arc-en-ciel
planter des roses
sur l’écueil du rêve.

(Germain Droogenbroodt)

Autres langues:

Anglais: https://www.point-editions.com/en/poetic-morning

Espagnol: https://www.point-editions.com/es/poetic-morning/

Néerlandais: https://www.point-editions.com/nl/poetic-morning/

Autres: https://www.point-editions.com/ww/poetic-morning/


NOCTURNO

Padre Nuestro, que estás en los cielos,
¡por qué te has olvidado de mí!
Te acordaste del fruto en febrero,
al llagarse su pulpa rubí.
¡Llevo abierto también mi costado,
y no quieres mirar hacia mí!

Te acordaste del negro racimo,
y lo diste al lagar carmesí;
y aventaste las hojas del álamo,
con tu aliento, en el aire sutil.
¡Y en el ancho lagar de la muerte
aun no quieres mi pecho oprimir!

Caminando vi abrir las violetas;
el falerno del viento bebí,
y he bajado, amarillos, mis párpados,
por no ver más enero ni abril.
Y he apretado la boca, anegada
de la estrofa que no he de exprimir.
¡Has herido la nube de otoño
y quieres volverte hacia mí!

Me vendió el que besó mi mejilla;
me negó por la túnica ruin.
Yo en mis versos el rostro con sangre,
como Tú sobre el paño, le di,
y en mi noche del Huerto, me han sido
Juan cobarde y el Ángel hostil.

Ha venido el cansancio infinito
a clavarse en mis ojos, al fin:
el cansancio del día que muere
y el del alba que debe venir;
¡el cansancio del cielo de estaño
y el cansancio del cielo de añil!

Ahora suelto la mártir sandalia 
y las trenzas pidiendo dormir.
Y perdida en la noche, levanto
el clamor aprendido deTi:
¡Padre Nuestro, que estás en los cielos,
por qué te has olvidado de mí!

Gabriela Mistral


NOCTURNE

Onze Vader, die in de hemel zijt,
waarom bent u mij vergeten!
U herinnerde zich de vrucht in februari,
toen het robijnrode vruchtvlees gewond was.

Mijn zij staat ook open,
en u wilt mij niet aankijken!
U herinnerde zich de zwarte tros,
en gaf die aan de karmozijnrode wijnpers;

en u strooide de populierenbladeren,
met uw adem, in de subtiele lucht.
En in de wijde wijnpers van de dood
wilt u nog steeds niet op mijn borst drukken!

Wandelend zag ik de viooltjes opengaan;
ik dronk de Falernische wind,
en ik heb mijn gele oogleden neergeslagen,
om januari of april niet meer te zien.

En ik heb mijn mond gesloten, overspoeld
met de strofe die ik niet zal uitspreken.
U hebt de herfstwolk verwond
en u wilt zich naar mij toe keren!

Hij die mijn wang kuste, heeft mij verraden;
Hij verloochende mij voor de ellendige tuniek. In mijn verzen offerde ik mijn gezicht met bloed,
zoals U deed op het doek,
en in mijn nacht in de Hof van Eden werd ik opgewacht door
een laffe Johannes en een vijandige engel.

Eindelijk is er een oneindige vermoeidheid gekomen
om mijn ogen te doorboren:
de vermoeidheid van de stervende dag
en de vermoeidheid van de dageraad die moet komen;

de vermoeidheid van de tinnen hemel
en de vermoeidheid van de indigoblauwe hemel!
Nu maak ik de gemartelde sandaal los
en laat ik mijn vlechten zakken, smekend om slaap.

En verloren in de nacht hef ik
de kreet op die ik van U heb geleerd:
Onze Vader, die in de hemel zijt,
waarom bent U mij vergeten!

Gabriel Mistral


Verses in the Wind

i.
           nacimos y morimos
we are born & we die
           es el ciclo de la vida
moving mountains of moments 
we begin again
falling drops of starlight 
we wash away the empire’s sins
the year 
that marked us but we cannot 
wash away 
the wind

ii.         for
our people who touch the land
work the soil / with determined
backs bent / eyes to the sky 
reclaim our heritage 
my urban mind a gray winter blizzard 
washed in blue tones / here in my homeland
remember a forever summer in my blood
my hips move in the reclaiming of the rhythm of a 
shovel that swings / this urban
jibara heart beat / beats strong here 
where i belong / home is soil beneath my fingernails
pebbles unearthed / pushed by my sweaty arms 
& in the palms of my hands where i hold
a full cup of faith

iii.         
when I die 
let me leave more 
than these verses in the wind
say / my breath / before it is vapor / forgotten
left something in the breeze / in the moonlight 
that eased someone else’s sorrow
when my skin blows away 
& my bones are one with the red clay
of my homeland, please say / i did something more 
than write words

Mariposa Fernández


Je suis triste mon âme est triste
Malgré ce beau soleil qui brille pour rien
Tant mon âme est triste pour rien
De la désolation pure sans soulagement

Du désastre sans rien de cassé

Quelque chose est en morceaux
Quelque chose est plié comme un coin
Comme une oreille de chien trop longue
Qui se replie au sommet du crâne

Avec le tatouage à l’intérieur devenu visible

Ça gémit à l’intérieur comme si ça voulait sortir
Mais c’est pas capable de sortir
Ça sait d’avance que sortir ne sert à rien
Même dehors est encore du dedans retourné

(Gilles Weinzaepflen)
 


Ik ben verdrietig, mijn ziel is verdrietig
Ondanks deze prachtige zon die voor niets schijnt
Zo verdrietig is mijn ziel voor niets
Pure verlatenheid zonder verlichting

Ramp zonder dat er iets gebroken is

Iets ligt in stukken
Iets is gebogen als een hoek
Als een te lang hondenoor
Omgebogen aan de bovenkant van de schedel

Met de tatoeage vanbinnen nu zichtbaar

Het kreunt vanbinnen alsof het eruit wil
Maar het kan er niet uit
Het weet van tevoren dat eruit gaan zinloos is
Zelfs de buitenkant is nog steeds binnen, binnenstebuiten gekeerd

(Gilles Weinzaepflen)


MIEDO

Yo no quiero que a mi niña
golondrina me la vuelvan;
se hunde volando en el Cielo
y no baja hasta mi estera;
en el alero hace el nido
y mis manos no la peinan.
Yo no quiero que a mi niña
golondrina me la vuelvan.

Yo no quiero que a mi niña
la vayan a hacer princesa.
Con zapatitos de oro
¿cómo juega en las praderas?
Y cuando llegue la noche
a mi lado no se acuesta…
Yo no quiero que a mi niña
la vayan a hacer princesa.

Y menos quiero que un día
me la vayan a hacer reina.
La subirían al trono
a donde mis pies no llegan.
Cuando viniese la noche
yo no podría mecerla…
¡Yo no quiero que a mi niña
me la vayan a hacer reina!

Gabriela Mistral


ANGST

Ik wil niet dat ze mijn kleine meisje
in een zwaluw veranderen;
ze vliegt door de lucht
en komt niet naar mijn matje;
ze maakt haar nest in de dakgoot
en mijn handen kunnen haar haar niet kammen.

Ik wil niet dat ze mijn kleine meisje
in een zwaluw veranderen.
Ik wil niet dat ze van mijn kleine meisje
een prinses maken.
Met gouden schoentjes,
hoe moet ze dan in de wei spelen?

En als het nacht wordt,
zal ze niet naast me komen liggen…
Ik wil niet dat ze van mijn kleine meisje
een prinses maken.

En nog minder wil ik dat ze van haar
ooit een koningin maken.
Ze zouden haar op de troon verheffen
waar mijn voeten niet bij kunnen.

Als het nacht wordt,
zou ik haar niet kunnen wiegen…
Ik wil niet dat ze van mijn kleine meisje
een koningin maken!

Gabriel Mistral


A Loud Death

If I die, I want a loud death. I don’t want to be just 
breaking news, or a number in a group, I want a death
that the world will hear, an impact that will remain
through time, and a timeless image that cannot be
buried by time or place. 
         —Fatima Hassouna, Gaza photo journalist,
         on April 15, before her death on April 16, 2025
Like the sound waves in space that tear 
the remnants of supernovas, and twist the paths
of light
           so maybe this is why some spiral galaxies 
like Messier 77 resemble ears. 
                                                   But also when  
sunset splinters its light over the ridgeline and 
the fireflies in this ravine cry desperately to save it,
  
or when the embers from last night’s crackling 
campfire tremble, 
     or when our dog begins to fear
the sounds we do not hear,
        then we know those waves
have touched us too.
                         For it is the silence after 
the plane’s screech or the missile’s strike,
a kind of voiceless scream
                                           that her photos captured
even as she stood among the rubble looking up
as if those waves could also signal a moment’s
desperate hope.
                        There is so much we do not hear—
the rumble of shifting sand dunes, the purr and drum 
of the wolf spider, the echoes of bats, the explosions 
on the sun, the warning cry of the treehopper, but

it’s the cry of those buried alive we so often refuse
to hear as too distant or beyond our reach to help,

yet even an elephant’s infrasound, which can be 
detected by herd members as far as 115 miles
brings them to safety,
which tells us, well, 
tells us what?
                             It was Jesus (Luke 19:40)
who said if these keep silent, then the very stones
will cry out.
                      Here, the news moves on to the next
loudest story,
                      or some chat on the phone blares
the latest scandal, score or personal interest.
In Gaza, 
one journalist warned, a press vest makes you a target.

In one photo a hand reaches through the rubble is if 
it were reaching to speak, 16 April 2025, from Al-Touffah.

In the end, it was the sound of her home collapsing.
In the end, we are all targets in our silences.
In the end, we know her absence the way each syllable 
shouts its lament, pleading from inside each of these words.

Richard Jackson


DESTINO

Emoción sin raíz y sin espiga
que hincha el corazón de los botones
y desangra en aromas.

Pestañita de lumbre de mis antros
por donde va mi tosca melodía
y revienta en estrellas mi palabra.

Pecado que desgrana su lujuria…
¡con mis manos de barro lo recojo
y me parecen rosas sus espinas!

Polen de luz dormido sobre el alma,
¡Viene ebria la abeja de la vida
y aparecen los besos como estambres!

Juvencio Valle


LOT

Wortelloze, oorloze emotie
die het hart van knoppen doet zwellen
en bloedt in aroma’s.

Vurig ooglid uit mijn holen
waar mijn ruwe melodie reist
en mijn woord in sterren uiteenvalt.

Zonde die haar lust verstrooit…
met mijn handen van klei pluk ik het
en haar doornen lijken op rozen!

Stuifmeel van licht slaapt op de ziel,
de bij van het leven komt dronken
en kussen verschijnen als meeldraden!

Juvencio Valle


NIEVE

Empieza
               a
                caer
                        otro
                               poco
                                       de
                                           nieve

Como si fuera poca 
Toda la nieve que ha caído en Rusia
Desde que el joven Pushkin
Asesinado por orden del zar
En las afueras de San Petersburgo
Se despidió de la vida
con estas inolvidables palabras: 

Empieza
               a
                 caer
                         otro
                               poco
                                      de
                                          nieve

Como si fuera poca
Toda la nieve que ha caído en Rusia
Toda la sangre que ha caído en Rusia
Desde que el joven Pushkin
Asesinado por orden del zar
En las afueras de San Petersburgo
Se despidió de la vida con estas inolvidables palabras

Empieza
               a
                 caer
                         otro
                              poco
                                       de
                                          nieve…

Nicanor Parra


SNEEUW

Het begint
te vallen
nog een
beetje
sneeuw

Alsof het nog niet genoeg was
Al de sneeuw die in Rusland is gevallen
Sinds de jonge Poesjkin
Vermoord in opdracht van de tsaar
Aan de rand van Sint-Petersburg
Zijn laatste adem uitblies
met deze onvergetelijke woorden:
Het begint
te vallen
nog een
beetje
sneeuw

Alsof het nog niet genoeg was
Al de sneeuw die in Rusland is gevallen
Al het bloed dat in Rusland is gevallen
Sinds de jonge Poesjkin
Vermoord in opdracht van de tsaar
Aan de rand van Sint-Petersburg
Zijn laatste adem uitblies met deze onvergetelijke woorden
Het begint
te vallen
nog een
beetje
sneeuw

Nicanor Parra


A LA FIESTA DE TOROS Y CAÑAS DEL BUEN RETIRO EN DÍA GRANDE NIEVE

Llueven calladas aguas en vellones
blancos las nubes mudas; pasa el día,
mas no sin majestad, en sombra fría,
y mira el sol, que esconde, en los balcones.

No admiten el invierno corazones
asistidos de ardiente valentía:
que influye la española monarquía
fuerza igualmente en toros y rejones.

El blasón de Jarama, humedecida,
y ardiendo, la ancha frente en torva saña,
en sangre vierte la purpúrea vida.

Y lisonjera al grande rey de España,
la tempestad, en nieve obscurecida,
aplaudió al brazo, al fresno y a la caña.

Francisco de Quevedo y Villegas


NAAR HET STIERENGEVECHT- EN RIETFESTIVAL VAN BUEN RETIRO OP EEN GROTE DAG MET SNEEUW

Stille regens vallen op witte vachten,
de stille wolken; de dag verstrijkt,
maar niet zonder majesteit, in koude schaduw,
en de zon, die zich verbergt, kijkt vanaf de balkons.

Harten
die bewogen zijn door vurige moed,
laten de winter niet toe:
want de Spaanse monarchie oefent
gelijke macht uit in het stierenvechten
en het stierenvechten te paard.

Het wapen van Jarama, bevochtigd en brandend,
zijn brede voorhoofd in grimmige woede,
stort zijn purperen leven uit in bloed.

En de grote koning van Spanje vleiend,
applaudisseerde de storm, verduisterd door sneeuw,
de arm, de es en het riet.

Francisco de Quevedo y Villegas


A UNA MUCHACHA QUE SE LLAMABA NIEVES

Rojo dará su luz cuando la aurora
negra de tus miradas ilumine
tu bello despertar de primavera;
cuando tus grandes ojos sean las nubes,
tu corazón un sol, tu piel la tierra
sonrosada de un mundo de rubores;
cuando el amor tu nombre frío deshiele
sin que por eso pierda su blancura;
cuando un hombre te quiera y tú, queriéndole,
escuches su silencio con tu boca.

Manuel Altolaguirre


AAN EEN MEISJE GENAAMD SNEEUW

Rood zal zijn licht laten schijnen wanneer de zwarte dageraad
van je blik je prachtige lenteontwaking verlicht;
wanneer je grote ogen de wolken zijn,
je hart een zon, je huid de roze aarde
van een wereld vol blozen;
wanneer liefde je koude naam ontdooit
zonder dat hij zijn witheid verliest;
wanneer een man van je houdt en jij, terwijl je van hem houdt,
luistert naar zijn stilte met je lippen.

Manuel Altolaguirre



Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.