Carmina Burana – Orff
1.O FORTUNA
O Fortuna, velut Luna statu variabilis, semper crescis aut decrescis; vita detestabilis nunc obdurat et tunc curat ludo mentis aciem, egestatem, potestatem dissolvit ut glaciem. O Fortuna, velut Luna statu variabilis,
O Fortuna, zoals de maan van stand verandert zo veranderlijk ben jij, nu eens een beklagenswaardig leven vervloekend, dan weer opgewekt scherp van geest waarbij armoede en macht oplossen als sneeuw en ijs.
Sors immanis et inanis rota tu volubilis, status malus, vana salus semper dissolubilis, obumbrata et velata michi quoque niteris; nunc per ludum dorsum nudum fero tui sceleris.
Hoogmoedig en wreed lot, jij ronddraaiend rad, je ijdele gunsten zijn vluchtig en van korte duur. Je luistert niet en heimelijk breng je mij leed toe. Ik voel me naakt door jouw slechte en wrede spel.
Sors salutis et virtutis michi nunc contraria est affectus et defectus semper in angaria. Hac in hora sine mora corde pulsum tangite; quod per sortem sternit fortem, mecum omnes plangite!
Het lot, hoe heilzaam het ook kan zijn is mij nu ongunstig gestemd. De genegenheid en moedeloosheid zijn drukkend. Laat de snaren van de luit trillen op dit uur en huil met mij, omdat het lot de sterke doet instorten.
- FORTUNE PLANGO VULNERA
Fortune plango vulnera stillantibus ocellis, qoud sua michi munerasubtrahit rebellis.Verum est, quod legitur fronte capillata, sed plerumque sequitur occasio calvata.
mij stralen van geluk, maar nu ik zo diep gevallen ben is alle glans verdwenen. Mijn ogen staan vol tranen om de wonden die Fortuna heeft veroorzaakt. Wat zij ooit heeft geschonken is mij nu wreed ontnomen. Zij heeft veel te bieden, maar als de gelegenheid zich voordoet dan grijpt men de kans niet.
Fortune rota volvitur: descendo minoratus; alter in altum tolitur; nimis exaltatusrex sedet in vertice caveat ruinam! nam sub axe legimus Hecubam reginam. In Fortune solio sederam elatus, prosperitatis vario flore coronatus; quisquid enim florui felix et beatus, nunc a summo corrui gloria privatus.
Het rad van Fortuna draait door en neem mij vernederd mee in haar daling om een ander trots als een koning omhoog te halen. Maar ook deze zal de val moeten vrezen de naam van koningin Hecuba staat al onderaan
het rad. Hoogverheven zat ik op de troon van Fortuna, alle tekenen van voorspoed waren mij gunstig gezind. Zij deden

PRIMA VERA
- VERIS LETA FACIES
Veris leta facies mundo propinatur, hiemalis acies victa iam fugatur. In vestitu vario Flora principatur, nemorum dulcisono, que cantu celebratur. Ah! Cytharizat cantico dulcis philomena, flore rident vario prata iam serena,salit cetus avium silve per amena, chorus promit virginum iam gaudia millena. Ah!
Vrolijk dient de lente zich aan en verjaagt de gure winter. De tuin is versierd met een kleurig bonte bloemenpracht. Uit het woud klinken de gezangen van de vogels haar tegemoet. Ah! De nachtegalen zingen als harpklanken het hoogste lied, de vele bloemen op de weiden lachen vrolijk de wereld toe, vogels vliegen op, terwijl een koor van lieflijke meisjes ons duizenden vreugdes belooft. Ah!
Flore fusus gremio Phebus novo more risum dat, hoc vario iam stipate flore. Zephyrus nectareo spirans in odore; certatim pro bravio curamus in amore. Ah!
Liggend in haar schoot, schenken de vele bloemen nieuwe kracht. De nectargeur prikkelt de zinnen. Laten we geen tijd verliezen; het is tijd om te lief te hebben! Ah!
- OMNIA SOL TEMPERAT
Omnia sol temperat purus et subtilis, novo mundo reserat faciem Aprilis; ad Amorem properat animus herilis, et iocundis imperat deus puerilis.
Zij wijst het vertrouwde pad en leert lief te hebben en te begeren in de lente van het leven. Het zonlicht schijnt zacht en zuiver en laat met het voorjaar het leven opnieuw ontspringen. Amor moedigt alle jongelingen aan en zij geven zich schertsend en zingend over aan alle vreugdes.
Ama me fideliter! Fidem meam nota: de corde totaliter et ex mente tota sum presentialiter absens in remota, Quisquis amat taliter, volvitur in rota. Rerum tanta novitas in sollemni vere et veris auctoritas iubet nos gaudere;vias prebet solitas, et in tuo vere fides est et probitas tuum retinere.
Hou van mij! Met heel mijn hart en ziel voel ik me met je verbonden, zelfs al ben ik niet dichtbij. Ik blijf je heel erg trouw. Wie zo lief heeft draait mee in het rad. De kracht en vernieuwing van deze feestelijke lente zet ons jonge hart in vuur en daagt uit tot vrolijkheid.
- ECCE GRATUM
Ecce gratum et optatum Ver reducit gaudia: purpuratum floret pratum, Sol serenat omnia. Iamiam cedant tristia! Estas redit, nunc recedit Hyemis sevitia. Ah!
Heerlijk, hoe de vrolijke langverwachte lente de harten weer sneller doet slaan. De vele bloemen geven de weide een diepe kleur. Wees niet bedroefd. De zomer is in aantocht en verdrijft de kou van de winter. Ah!
Iam liquescit et decrescit grando nix etcetera; bruma fugit, et iam sugit Ver Estatis ubera; illi mens est misera, qui nec vivit, nec lascivit sub Estatis dextera. Ah!
Storm, hagel, sneeuw en vorst verdwijnen en de nevel trekt dansend uit zicht. De lente laaft zich aan de borst van de zomer. Hoe arm van geest is hij die niet leeft en zich niet schaart onder de vreugde van het voorjaarsfeest. Ah!
Gloriantur et laetantur in melle dulcedinis qui conantur, ut utantur premio Cupidinis; simus jussu Cypridis gloriantes et laetantes pares esse Paridis Ah!
Zingend en vol vreugde eren zij vele keren Venus. Zij strijden om te proeven van Cupido’s zoete beloning. Opscheppend en juichend willen zij als Paris zijn. Ah!
REIE – DANS

- FLORET SILVA
Floret silva nobilis, floribus, et foliis. Ubi est antiquus meus amicus? Ah!
Hinc equitavit! Eia, quis me amabit? Ah!
In het oude edele bos staan bloemen en bomen in volle bloei. Waar vind ik mijn vroegere beminde? Hij ging van mij weg, Ach, wie houdt van mij?
Floret silva undique, nah min gesellen ist mir we. Gruonet der walt allenthalben, wa ist min geselle alse lange? Ah! Der ist geriten hinnen, owi, wer soll mich minnen? Ah!
Bos en lanen bloeien weer, ’t hart doet pijn van verlangen naar mijn liefste.
Het woud kleurt weer groen, waar is mijn geliefde al die tijd gebleven. Ah!
Hij reed weg op zijn paard, o wee, wie zal mij liefhebben? Ah!
- CHRAMER, GIP DIE VARWE MIR
Chramer, gip die varwe mir, diu min wengel roete, da mit ich die jungen man an ir dank der minnenliebe noete. Seht mich an, jungen man! lat mich iu gevallen !
Heb lief, trouwe mannen, aantrekkelijke vrouwen! Liefde verruimt de geest en doet je stralen. Jonge man, kijk naar mij en laat mij jou verleiden! Kramer, geef me de rode kleur die mijn wangen doen blozen. Zo kunnen de jongemannen mij niet weerstaan !
Wol dir Werlt, daz di bist also freundenriche! ich will dir sin undertan durch din liebe immer sicherliche. Seht mich an, jungen man! lat mich iu gevallen !
Minnet, tugentliche man, minnecliche frouwen! minne tuot iu hoch gemuot
unde lat iuch in hohen eren schouwen. Seht mich an, jungen man! lat mich iu gevallen!
Welkom, wereld, zo vol vreugde! Ik zal nederig zijn om de trouwe liefde die je geeft. Jonge man, kijk naar mij en laat mij jou verleiden !
- REIE-SWAZ HIE GAT UMBE
Swaz hie gat umbe daz sint alles megede, die wellent an man allen disen sumer gan! Ah! Sla!
Chume, chum, geselle min ih enbite harte din, ih enbite harte din, chume, chum geselle min. Suzer rosenvarwer munt, chum un mache mich gesunt, chum un mache mich gesunt, suzer rosenvarwer munt. Swaz hie gat umbe daz sint alles megede, die wellent an man allen disen sumer gan! Ah! Sla!
Het zijn allemaal kuise meisjes hier, die ronddansen en deze zomer zonder man willen vieren. Ah! Sla!
Kom, kom, mijn lief, ik verlang naar je, ik verlang naar je, kom, kom mijn lief. Zoete rozenrode mond. Kom en maak mij gezond. Kom en maak mij gezond, zoete rozenrode mond. Het zijn allemaal kuise meisjes hier, die ronddansen en deze zomer zonder man willen vieren. Ah! Sla!
- WERE DIU WERLT ALLE MIN
Were diu werlt alle min von deme mere unze an den Rin, des wolt ich mich darben, daz diu chünegin von Engellant, lege an minen armen. Hei !
Al zou de hele wereld van mij zijn, van de zee tot de monding van de Rijn. Dat alles wilde ik missen als de koningin van Engeland in mijn armen zou liggen. Hei !!

IN TABERNA
- ESTUANS INTERIUS
Estuans interius ira vehementi in amaritudine loquor mee menti: factus de materia,cinis elementi similis sum folio, de qou ludunt venti.
Mijn bloed kookt van verontwaardiging en verbitterd heb ik mezelf toegesproken: uit stof ben ik geschapen en ik dool rond dwarrelend als een blad waar de winden mee spelen.
Feror ego veluti sine nauta navis, ut per vias aeris vaga fertur avis, non me tenent vincula, non me tenent clavis, quero mihi similes, et adiungor pravis.
Als een schip zonder kapitein drijf ik voort, als een vogel in de lucht zweef ik mee: kettingen noch sloten houden me vast. Ik zoek mijn gelijken en voeg me bij het uitschot.
Cum sit enim proprium viro sapient supra petra ponere sedem fundamenti, stultus ego comparor fluvio labenti, sub eodem tramite numquam permanenti. Mihi cordis gravitas res videtur gravis; iocus est amabilis dulciorque favis; quisquid Venus imperat, labor est suavis, que numquam in cordibus habitat ignavis.
Waar het voor een man vanzelfsprekend is zijn huis op een stevig fundament te bouwen, ben ik, dwaas, als een rivier die maar stroomt zonder zijn loop te veranderen en tot rust te komen.
Loodzwaar drukt mijn hart dat geen woning biedt aan plichtsbesef. Zoet is mij de speelse grap, zoeter nog dan honing. Wanneer Venus me iets opdraagt zal ik daar graag gevolg aan geven. Nooit bewoonde zij een zwaar hart.
Via lata gradior more iuventutis implicor et vititis immemor virtutis, voluptatis avidus magis quam salutis, mortuus in anima curam gero cutis.
Ik ga op pad zoals vanouds de jeugd dat deed. Zonden zijn mijn dagelijks brood, weet ik nog wat moraal is? Meer dan naar verlossing verlangt mijn lijf naar vleselijk genot, nu mijn ziel niet meer leeft.
- OLIM LACUS COLUERAM
Olim lacus colueram, olim pulcher extiteram, dum cignus ego fueram.
Toen ik een zwaan was ooit dreef ik in al mijn schoonheid over de meren.
Miser, miser! Modo niger et ustus fortiter !
Wat een smart, nu ben ik zwart door het vuur dat mij brandt!
Nunc in scutella iaceo, et volitare nequo dentes frenden- tes video:
Hier lig ik, die niet meer vliegen kan, op een schaal. En ieder watertand.
Miser, miser! Modo niger et ustus fortiter !
Wat een smart, nu ben ik zwart door het vuur dat mij brandt!
Girat, regirat garcifer; me rogus urit fortiter: propinat me nunc dapifer,
De kok draait het spit en rondom braadt het vuur. Nu ben ik ten prooi aan de waard.
Miser, miser! Modo niger et ustus fortiter!
Wat een smart, nu ben ik zwart door het vuur dat mij brandt!
- EGO SUM ABBAS
Ego sum abbas Cucaniensis, et consilium meum est cum bibulis, et in secta Decii voluntas mea est et qui mane me quesierit in taberna,post vesperam nudus egredietur, et sic denudatus veste clamabit:
In het koekoeksklooster ben ik de abt. Mijn wijsheid komt uit het wijnvat. Ik ben een gedienstig en vroom man, die de geboden van de dobbelsteen eert. Wie ’s morgens mijn kroeg binnenkomt zal hem uitgekleed en naakt ’s avonds verlaten, huilend en klagend:
Wafna! Wafna! Quid fecisti sors turpissima? Nostre vite gaudia abstulisti omnia! Ha ! Ha !
Wee! Wee! Wat een schandelijk lot treft mij. Nu ik mijn geld heb vergokt is ook mijn levenslust verdwenen. Ha ! Ha !
- IN TABERNA QUANDO SUMUS
In taberna quando sumus, non curamus quid sit humus, sed ad ludum properamus, cui semper insudamus. Quid agatur in taberna, ubi nummus est pincerna, hoc est opus ut queratur, si quid loquar, audiatur.
Als wij in de kroeg zijn neergestreken, maken we ons geen zorgen om de dood. We zijn bezeten van het dobbelspel en drank vloeit even snel als het geld. Hoort wat in de kroeg gebeurt en leert: uitgekleed of weten zich rijk. Drinkend van de wijn is er geen plaats voor denken aan de dood.
Quidam ludunt, quidam bibunt, quidam indiscrete vivunt. Sed in ludo qui morantur, ex his quidam denudantur quidam ibi vestiuntur, quidam saccis induuntur. Ibi nullus timet mortem sed pro Baccho mittunt sortem.
Hier wordt gedronken, hier wordt gespeeld. Er wordt hier op los geleefd. En zij die meedoen aan het spel worden
Primo pro nummata vini, ex hac bibunt libertini; semel bibunt pro captivis, post hec bibunt ter pro vivis, quater pro Christianis cunctis, quinquis pro fidelibus defunctis, sexies pro sororibus vanis, septies pro militibus silvanis.
De eerste toast is ter ere van de waard, een tweede voor de flierefluiters en de derde voor hen die moeten brommen. De vierde op alle gelovigen en de vijfde is voor hen die al zijn overgegaan. Dronk zes is voor de hoeren en bij de zevende dronk zijn het die zwerven en roven.
Octies pro fratribus perversis, nonies pro monachis dispersis, decies pro navigantibus, undecies pro discortantibus, duodecies pro penitentibus, tredecies pro iter agentibus. Tam pro papa quam pro rege bibunt omnes sine lege.
Acht op de klaplopers, negen op dwalende monniken. Bij de tiende toast zijn het de zeelui, elf de ruziezoekers, bij twaalf is het de bekeerling de dertiende toast geldt voor de reiziger. Het overige drinken is op heil van Paus en Koning.
Bibit hera, bibit herus, bibit miles, bibit clerus, bibit ille, bibit illa, bibit servus cum ancilla, bibit velox, bibit piger, bibit albus, bibit niger, bibit constans, bibit vagus, bibit rudis, bibit magus.
Helden, wijzen, drink dan, drink maar door. Mannen, vrouwen, drink knecht en meid! Geef ook de ezel en de kwezel, drink! De vlugge en de luie, drink, drink!
Bibit pauper et egrotus, bibit exul et ignotus, bibit puer, bibit canus, bibit presul et decanus, bibit soror, bibit frater, bibit anus, bibit mater, bibit iste, bibit ille, bibunt centum, bibunt mille.
Drink dan arme en de zieke, de verstoteling en buitenstaander, drinkt! De jonge en de oude, vader, moeder, broeder, zuster, ook de monnik en de non. Drinken hier en drinken daar, honderdduizenden bij elkaar !
Parum sexcente nummate durant, cum immoderate bibunt omnes sine meta. Quamvis bibant mente leta, sic nos rodunt omnes gentes, et sic erimus egentes. Qui nos rodunt confundantur et cum iustis non scribantur. IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO!
Uitgelaten en opgewonden na onmatig drinken is de rekening niet te voldoen. Wie is het die oordeelt en de weg wil wijzen, waar met veel genoegen wordt gevierd. Zij zijn het die worden vervloekt! IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO! IO!!

COUR D’AMOUR
- AMOR VOLAT UNDIQUE
Amor volat undique; captus est libidine. Juvenes, iuvencule coniuguntur merito.
Amor is alom aanwezig, overlopend van hartstocht roept zij alle jongens en meisjes bijeen om te delen in vreugdes.
Siqua sine socio, caret omni gaudio; tenet noctis infima sub intimo cordis in custodia: fit res amarissima.
Zij die de liefde niet heeft, houdt zich stil in de donkerte van de nacht. Treurend diep van binnen om het bittere lot dat amor haar niet treft.!
- DIES, NOX ET OMNIA
Dies, nox et omnia michi sunt contraria, virginum colloquia, me fay planszer, oy suvenz suspirer, plu me fay temer.
Alle dagen en nachten staan mij tegen, nu de liefde mij niet raakt. Ik hoor de meisjes praten, maakt me aan het huilen, zuchtend en vrezend om het verlangen!
Tua pulchra facies, me fay planszer milies, pectus habet glacies. A remender statim vivus fierem per un baser.
Vele tranen laat ik gaan bij het zien van je lieflijk gezicht. Jouw hart is koud als ijs. Kom, geef mij een kus en laat me herleven door je medicijn.
O sodales, ludite, vos qui scitis dicite, michi mesto parcite, grand ey dolur, attamen consolite per voster honur.
Vrienden, maak plezier, maar spot toch niet met mij. Mijn hart vol pijn en smart, voel liever mijn verdriet. Kom, geef mij goede raad!
- STETIT PUELLA
Stetit puella rufa tunica; si quis eam tetigit tunica crepuit. Eia!
Daar stond het meisje in een rood gewaad. Wilde je haar omhelzen dan kreukte haar jurkje. Eia!
Stetti puella tamquam rosula; facie splenduit, os eius
floruit. Eia!
Daar stond een meisje zo mooi als een roos. Stralend haar gezicht en bloeiend haar mond. Eia!
- CIRCA MEA PECTORA
Circa mea pectora multa sunt suspiria de tua puchritudine, que me ledunt misere. Ah! Vellet deus, vellent dii quod mente proposui: ut eius virgi-
nea reserassem vincula. Ah!
Mijn hart is zo vol verlangen. Jouw schoonheid doet me pijn. Ah! Laat God , laat de goden mijn gedachten vervullen. Laat mij deze schone maagd maken tot een vrouw.
Manda liet, manda liet, min geselle chomet niet!
Manda liet, manda liet, min geselle chomet niet!
Kornuiten, kornuiten, mijn geliefde komt maar niet
Kornuiten, kornuiten, mijn geliefde komt maar niet!
Tui lucent oculi sicut solis radii, sicut splendor fulguris lucem donans tenebris. Ah!
Je ogen stralen als zonneschijn, zoals een bliksemschicht licht brengt in de duisternis.
Manda liet, manda liet, min geselle chomet niet!
Kornuiten, kornuiten, mijn geliefde komt maar niet!
- SI PUER CUM PUELLULA
Si puer cum puellula moraretur in cellula, felix coniunctio. Amore suscrescente, pariter e medio avulso procul tedio, fit ludus ineffabilis membris, lacertis, labiis
Als een jongeling en een schone maagd samen in een kamer zijn zal weldra het minnespel beginnen. Waar schroom verdwijnt, neemt de liefde toe. Vol passie geven zij zich over aan een spel waarin alles bewegen zal!

- VENI, VENI, VENIAS
Veni, veni, veni, venias, ne me mori, ne me mori facias, Hyrca, hyrce, nazaza, trilirivos! Pulcra tibi facies, -nazaza-, oculorum acies, -nazaza-, capillorum series, -nazaza-, o quam clara spezies! -nazaza-, Rosa rubicundior, -naza- za-, lilio candidior, -nazaza-, omnibus formosior, -nazaza-, semper, semper in te glorior! -nazaza-,-nazaza-,-nazaza-,-nazaza-.
Kom, kom, kom snel, laat me niet gaan zonder jou. De schittering van je ogen in je gezicht zo wondermooi, gevlochten haar, je bent volmaakt. Rozenrood, lelieblank, mooier dan mooi, voor altijd de mijne!! !
- IN TRUTINA
In trutina mentis dubia fluctuant contraria lascivus amor et pudicitia. Sed eligo quod video, collum iugo prebeo; ad iugum tamen suave transeo.
Mijn gevoelens leg ik op de weegschaal, gaat zachtjes heen en weer. Gaat het om de eer of om hetgeen ik begeer. De balans slaat uit naar aards geluk, en zalig zwicht ik voor deze liefde.
- TEMPUS EST IOCUNDUM
Tempus est iocundum, o virgines, modo con gaudete vos iuvenes. Oh, oh, oh! totus floreo! iam amore virginali totus ardeo! novus, novus, novus amor est quo pereo!
Mea me confortat promissio, mea me deportat negatio. Oh, oh, oh etc. Tempore brumali vir patiens, animo vernali lasciviens.
Oh, oh, oh etc. Mea mecum ludit virginitas, mea me detrudit simplicitas.
Oh, oh, oh etc. Veni, domicella, cum gaudio, veni, veni, pulchra, iam pereo! Oh, oh, oh etc.
Lieve meisjes, het is lentetijd. Jongens, ga er naartoe en maak plezier. Laat deze liefde me sterven! Het is winter, de man komt tot rust. Maar de lust ontwaakt bij het aanbreken van de lente. De lente in mijn hart stemt me frivool, laat los de aarzeling Ik brand van verlangen, beantwoord mijn liefde en laat me niet ten ondergaan. Oh, oh, oh, kom niet te dichtbij, ik bloei op en van binnen sta ik in vuur en vlam Laat deze liefde me sterven!
- DULCISSIME
Dulcissime! Ah!
Totam tibi subdo me!
Liefste mijn,
helemaal van jou zal ik zijn!

- AVE FORMOSISSIMA
Ave, formosissima, gemma pretiosa, ave, decus virginum, virgo gloriosa, ave, mundi luminar, ave mundi rosa, Blanziflor et Helena, Venus generosa!
Ik groet u schoonste vrouw, gij kostbaar kroonjuweel, ik groet u toonbeeld van alle maagden. Gegroet, rode roos, bloemen op deze aarde. Blanziflor en Helena. Venus zo genereus!
O FORTUNA
O Fortuna, velut Luna statu variabilis, semper crescis aut decrescis; vita detestabilis nunc obdurat et tunc curat ludo mentis aciem, egestatem, potestatem dissolvit ut glaciem. O Fortuna, velut Luna statu variabilis,
O Fortuna, zoals de maan van stand verandert zo veranderlijk ben jij, nu eens een beklagenswaardig leven vervloekend, dan weer opgewekt scherp van geest waarbij armoede en macht oplossen als sneeuw en ijs
Sors immanis et inanis rota tu volubilis, status malus, vana salus semper dissolubilis, obumbrata et velata michi quoque niteris; nunc per ludum dorsum nudum fero tui sceleris.
Hoogmoedig en wreed lot, jij ronddraaiend rad, je ijdele gunsten zijn vluchtig en van korte duur. Je luistert niet en heimelijk breng je mij leed toe. Ik voel me naakt door jouw slechte en wrede spel.
Sors salutis et virtutis michi nunc contraria est affectus et defectus semper in angaria. Hac in hora sine mora corde pulsum tangite; quod per sortem sternit fortem, mecum omnes plangite!
Het lot, hoe heilzaam het ook kan zijn is mij nu ongunstig gestemd. De genegenheid en moedeloosheid zijn drukkend. Laat de snaren van de luit trillen op dit uur en huil met mij, omdat het lot de sterke doet instorten.
