Seneca: levenskunst (Fragmenten)

Seneca, Levenskunst. Filosofische essays over leven en dood. Vertaald en toegelicht door Vincent Hunink, Amsterdam 2018, (Atheneum – Polak & Van Gennep)

TWEE MANIEREN VAN LEVEN (11)

Kortom, wil je weten hoe kort zij eigenlijk leven? Kijk maar eens hoe groot hun verlangen naar lang leven is!

Afgetakelde senioren bedelen in hun gebeden om ‘nog een paarjaartjes erbij, ze zijn in hun fantasie nog helemaal niet oud. Met die leugen praten ze zichzelf naar de mond en bedriegen ze zichzelf gretig. Alsof ze meteen ook het lot kunnen misleiden. Maar als een aandoening ze weer bewust gemaakt heeft van hun sterfelijkheid, wat sterven ze dan in panische angst! Alsof ze het leven niet verlaten maar eruit worden weggesleurd. Ze zijn stom geweest, roepen ze, ze hebben niet geleefd, o, als ze deze ziekte overleven dan gaan ze het echt rustig aan doen. Hoe zinloos, bedenken ze dan, was al dat vergaren van bezit waarvan ze niet konden genieten, wat is al hun moeite uitgelopen op niets!

Maar leven mensen ver van alle drukte en gedoe? Dan is hun leven, het kan niet anders, ruim. Niets lekt weg, niets wordt lukraak uitgestrooid, niets prijsgegeven aan Fortuna. Niets gaat verloren door nonchalance, niets komt in mindering door onnodige geschenken, niets is overtollig. Alles staat, om het zo te zeggen, in de zwarte cijfers.

Dus hoe weinig het ook is, het is ruimschoots voldoende. En wanneer de laatste dag is aangebroken aarzelt de wijze dan ook niet: met ferme tred loopt hij de dood tegemoet. Pag. 28-29

DRUK DRUK DRUK (12)

Misschien vraag je wie ik ‘drukbezet’ noem? Denk vooral niet dat ik alleen degenen bedoel die de rechtszaal pas uitgedreven worden door losgelaten waakhonden, of de mannen die je roemvol verdrukt ziet in hun eigen gevolg of smadelijk in dat van een ander, of die hun eigen huis uit moeten voor plichtplegingen waardoor ze bij anderen op de deuren beuken, of die publieke veilingen aflopen voor laag-bij-degronds gewin waar ooit de rot in komt.

Sommigen zijn in hun vrije tijd drukbezet! In hun buitenhuis, op de bank, in voile eenzaamheid, hoe ver ook van iedereen vandaan, ze zitten zichzelf in de weg. Dat is geen ‘leven in rust en vrijheid’, nee, ‘luie activiteit’ is hier de juiste term.

Korinthisch bronswerk (kostbaar door de idiotie van een kleine groep) met alle zorg en precisie rangschikken, je dagen grotendeels laten opgaan aan roestige stukjes koper, noem jij dat rustig en vrij? Rondhangen bij de worstelplaats [ja, onze fouten zijn schandelijk genoeg niet eens Romeins) als toeschouwer van stoeiende jongens? Of je van olie glanzende sporterskudde sorteren tot duo s van dezelfde leeftijd of huidskleur? De allernieuwste atleten erop na houden?

Noem jij mannen ‘rustig en vrij’ die vele uren bij de kapper zitten? Daar wordt dan weggeknipt wat de nacht ervoor is aangegroeid, met overleg over elke afzonderlijke haar, daar brengt men verwaaide lokken weer in het gareel of kamt de ontbrekende van links en rechts over het voorhoofd. En wat een boosheid als de kapper eventjes niet goed oplet: denkt hij soms dat hij een gewone man knipt? Wat een irritatie als er iets van hun manen is afgehaald, als er iets verkeerd ligt, als niet alles moot terugspringt in krulletjes. Die heren denken allemaal hetzelfde: liever chaos in de staat dan in mijn kapsel. Hoe hun hoofd eruitziet krijgt meer aandacht dan hoe gezond het is. Liever goed geknipt dan eerbaar. Mannen die zo druk bezig zijn met kammetjes en spiegeltjes, noem jij die rustig en vrij?

Of mannen die totaal opgaan in het schrijven, beluisteren en leren van liedjes? En die daarbij de menselijke stem, die normaal zo natuurlijk klinkt in alle pracht en eenvoud, verwringen en laten vibreren in de meest bizarre melodieën, en die altijd met hun vingers knippen op de maat van een lied in hun hoofd, en die bij serieuze en vaak droevige gelegenheden goed hoorbaar stilletjes staan te neuriën? Nee, die hebben geen rust en vrijheid: het is lakse drukte.

En dan hun etentjes, godallemachtig… Die zou ik niet onder vrijetijdsbesteding willen scharen, als ik zie met hoeveel zorg ze met hun tafelzilver dekken, hoe precies ze de tunica’s van hun plezierjongens opschorten, hoe ze in spanning zitten over de keuken: komt het everzwijn wel goed uit de handen van de kok? Schieten de gladwangige slaven op het gegeven token wel vlug genoeg toe voor hun taken? Wordt het gevogelte wel kunstig aangesneden, in niet te grote stukken? Doen die arme slaafjes wel hun uiterste best om fluimen van dronkenlappen weg te poetsen? Met zulke middelen werken ze aan een reputatie van ‘stijlvolle luxe’. Tja, hun gebreken volgen hen op de voet tot in de meest afgelegen hoeken van hun leven: zelfs drinken en eten gaat niet zonder groot vertoon.

Rustig en vrij? Zo noem ik niet eens de mensen die zich in draagstoel of draagbed van hot naar her laten sjouwen en altijd precies op tijd zijn voor hun ritjes, alsof overslaan uit den boze is, die van iemand anders aanwijzingen krijgen wanneer het tijd is om in bad te gaan of te zwemmen of te dineren. Ja, ze worden zo in de watten gelegd dat ze mentaal verslappen: ze kunnen niet meer zelf beoordelen of ze honger hebben.

Over een van die vertroetelde figuren (als dat tenminste de goede term is voor wie afleert te leven als een normaal mens) ken ik nog een anekdote. Toen de man in kwestie op veler handen zijn bad uit was getild en op zijn draagstoel was gezet, zei hij vragend: ‘Zit ik al?’

Nu jij! Wat denk je van deze man? Hij weet niet of hij zit. Zou hij wel weten of hij leeft? Of hij kan zien? Of hij rust en vrijheid heeft? Ik kan niet gemakkelijk aangeven wat ik zieliger vind: werkelijk niet weten of je zit, of doen alsof. Zulke mensen vergeten veel dingen daadwerkelijk, maar bij veel andere spelen ze dat. In een bepaald soort fouten hebben ze plezier omdat die laten zien ‘hoe goed ze het hebben’. Weten wat je doet? Nee zeg! Dat is iets voor ordinaire, verwerpelijke types.

Kom mij nu maar eens vertellen dat satirici veel liegen in hun kritiek op luxe!  Allemachtig, ze laten meer ongenoemd dan wat ze bij elkaar verzinnen. De catalogus van onwaarschijnlijke ondeugden is in deze tijd, die enkel op dit punt creatief is, dermate uitgedijd dat we de satire nu iets nieuws kunnen verwijten: die doet er te weinig aan!

Werkelijk, dat zoiets bestaat: zo in de watten gelegd worden dat je er compleet in verdwijnt, dat je voor de vraag of je zit een ander moet geloven! Zo iemand is niet rustig en vrij, je moet hem een ander etiket opplakken. Hij is ziek, nee, hij is dood. Rustig en vrij is een mens die van rust en vrijheid besef heeft. Maar zo’n half-levende, die aanwijzingen nodig heeft om te weten hoe hij er lichamelijk voorstaat? Hoe kan die van enig deel van zijn tijd de baas zijn? Pag. 20-32

ZINLOZE KENNIS (13)

Het voert te ver om iedereen langs te gaan van wie het leven opgaat aan schaken, balspel of eindeloos bruinen in de zon. Mensen met genoegens die veel werk opleveren zijn niet rustig en vrij.

Niemand zal bijvoorbeeld twijfelen over mensen die zich onledig houden met nutteloze filologische kwesties: wat zij doen is omslachtig nietsdoen. Het gaat intussen om een grote groep, ook bij de Romeinen. Vroeger was het een Griekse ziekte te vragen hoeveel roeiers Odysseus had, en welk werk eerder is geschreven: llias of Odyssee., en verder of ze van dezelfde auteur zijn en meer van dat soort dingen. Hou je die voor jezelf, dan word je daar niet in suite wijzer van, en treed je ermee naar buiten, dan lijkje geen geleerde maar een zeur.

Kijk, ook de Romeinen zijn nu bevangen door die zinloze drang naar overtollige kennis. Dezer dagen hoorde ik iemand een overzicht geven van welke Romeinse generaal wat als eerste heeft gedaan: eerste zeeslag gewonnen door Duilius, eerste olifanten in triomftocht meegevoerd door Curius Dentatus. Met ware roem hebben zulke details niets van doen, maar het zijn in elk geval nog voorbeelden van daden door medeburgers. Het is kennis waar je niets aan hebt maar die ons tenminste boeit: het gaat nergens over maar het is wel mooi.

En ook voor andere vragen kunnen we best nog wat ruimte laten. Wie was de eerste die de Romeinen zover kreeg aan boord van schepen te gaan? (Dat was Claudius, bijgenaamd Caudex, want een samengesteld geheel van in eerdere planken heette bij de ouden caudex, en vandaar ook dat officiële documenten codices heten en dat schepen die ook vandaag de dag nog naar aloud gebruik goederen de Tiber stroomopwaarts brengen codicariae heten.) Goed, en misschien is het relevant dat Valerius Corvinus als eerste Messana heeft veroverd en als eerste van de Valerius-familie de naam van de veroverde stad aannam en zich Messana liet noemen en geleidelijk aan, doordat het volk de letters door elkaar haalde, Messala ging heten.

Pag. 32-33

TELKENS IETS ANDERS (17)

En juist hun genoegens hebben iets nerveus en onrustigs, er doemen allerlei schrikbeelden bij op. Op piekmomenten bekruipt hen de bange gedachte: hoe lang houdt dit stand?

Vanuit dat gevoel hebben koningen tranen vergoten om hun macht: ze hadden geen plezier in de omvang van hun geluk maar angst voor het onvermijdelijke eind ervan. Toen die vreselijk arrogante Perzische koning zijn leger liet uitwaaieren over brede vlakten en hij zijn troepen niet kon tellen, enkel meten, heeft hij zijn tranen de vrije loop gelaten: binnen honderd jaar zou van heel die troepenmacht geen man meer over zijn. Maar wie zou hun dat lot bezorgen? De man die erom weende! Hij zou ze zelfde dood injagen, sommigen te land, anderen ter zee, sommigen in de strijd en anderen op de vlucht. Binnen de kortste keren zou hij de mannen vernietigen voor wie hij het honderdste jaar zo vreesde.

En de vreugde van deze mensen, die heeft toch ook iets nerveus? Die heeft namelijk geen stevige basis. Nee, zo labiel als de oorsprong ervan is, zo snel raakt het gevoel verstoord. Hoe vergaat het hun dan, denk je, in perioden die naar eigen zeggen ellendig zijn? Zelfs die vreugde waarin ze de top bereiken en uitstijgen boven de mensheid is nooit zuiver.

Juist het grootste en mooiste levert zorgen op; Fortuna wordt nooit minder goed vertrouwd dan wanneer zij op haar best is. Om zo’n geluk in stand te houden is ander geluk nodig. Nieuwe wensen formuleren is vereist zodra wensen in vervulling zijn gegaan. Want alles wat zich bij toeval aandient is wankel, en hoe hoger het stijgt, des te sneller komt het ten val.

Maar wat gaat vervallen geeft geen mens vreugde. Extreem ongelukkig is hun leven dus, dat moet wel, niet alleen extreem kort. Wat zij met veel moeite verkrijgen kost nog meer moeite om te behouden. Met grote inspanning bereiken ze wat ze willen en angstvallig houden ze het bereikte vast. Maar de tijd die intussen verstrijkt en nimmer terugkeert?  Daar kijken ze totaal niet naar om. Nieuwe bezigheden komen in plaats van de oude, hoop verwekt hoop, ambitie ambitie. Ze zoeken geen eind van hun ellende, ze vervangen slechts de inhoud.

Hebben wij ons afgebeuld voor onze erefuncties, die van anderen vergen nóg meer tijd. Zijn we klaar met ploeteren als lijsttrekkers, dan beginnen we als lijstduwers. De lastige taak van aanklager hebben we neergelegd, die van rechter nemen we op. Klaar met rechter zijn? Dan president van de rechtbank worden! Ben je oud geworden met andermans bezit beheren tegen betaling? Je eigen bezit vraagt vervolgens alle aandacht.

Marius heeft zijn soldatenlaarzen uitgetrokken en is vervolgens druk met het consulaat. Wil Quintius graag snel door zijn dictatuur heen? Men zal hem terugroepen van de ploeg. Scipio zal tegen de Carthagers optrekken, een enorme onderneming waar hij nog niet rijp voor is. Als overwinnaar van Hannibal, overwinnaar van Antiochus, als sieraad van zijn eigen consulaat en borg voor dat van zijn broer, krijgt hij een standbeeld naast dat van Jupiter – als hij er niet zelf een stokje voor steekt. Maar de grote redder krijgt ook te kampen met burgertwisten, en nadat hij als jongeman een eerbetoon op het niveau van de goden heeft afgeslagen, put hij als oude man genoegen uit een opzichtige, bokkige vorm van ballingschap.

Nooit zal her ontbreken aan redenen tot bezorgdheid, vanuit geluk of ellende. Bezigheid na bezigheid jaagt het leven erdoor. Rust en vrijheid, en zal er nooit van genieten, altijd naar verlangen. Pag. 40-42

BLIJVENDE VERDWAZING (20)

Zie je dus een toga met purperzoom die al vaak is aangetrokken, een naam die vermaard is op het forum, wees dan niet jaloers. Op dat soort dingen staat een hoge prijs: het leven.

Om één enkeljaar naar zich vernoemd te krijgen verslijten ze al hun jaren. Sommigen weten de toppen van hun ambitie niet te bereiken; het leven verlaat ze nog tijdens hun eerste worsteling. Sommigen werken zich via duizend lage acties omhoog tot de kroon op hun carrière, om dan op een ellendige gedachte te komen: het was allemaal geploeter voor een grafinscriptie. Sommigen bereiken een zeer hoge ouderdom en verzetten de bakens opnieuw alsof ze nog jong zijn; hun verwoede pogingen zijn misplaatst, ze missen de kracht, ze bezwijken.

Vreselijk, zo’n man die als hoogbejaarde bij de rechtbank nog een pleidooi afsteekt voor hem volkomen onbekende aangeklaagden, die hengelt naar applaus van een zaal vol onwetenden, en die zo zijn laatste adem uitblaast. Smadelijk, zo’n man die eerder te veel heeft geleefd dan gewerkt en die dan tijdens plichtplegingen instort. Smadelijk, zo’n man die sterft boven zijn financiële administratie en die zijn erfgenaam, zo lang aan het lijntje gehouden, laat lachen.

Er schiet me nog een voorbeeld te binnen waaraan ik niet voorbij wil gaan. Sextus Turannius was een consciëntieuze, gewetensvolle oude heer, die op zijn negentigste van Caligula eervol ontslag kreeg als opzichter in de graanvoorziening. Hij liet zich toen opbaren en deed alsof hij overleden was: familie, vrienden en personeel moesten om hem heen komen staan en hem beklagen. Groot rouwbetoon in heel het huis, want de oude meester had zijn rust en vrijheid gekregen! De droefenis hield pas op toen de man zijn taken terug had. Is dat nu het grote genoegen? Drukbezet sterven?

Tja, zo denken de meesten erover. Hun behoefte aan werk duurt langer dan ze ertoe in staat zijn. Ze vechten met hun lichamelijke zwakte en vinden hun oude dag bezwaarlijk, enkel en alleen omdat ze dan ‘aan de kant moeten’. De wet roept niemand op als soldaat na zijn vijftigste, niemand als senator na zijn zestigste. Rust en vrijheid krijgen mensen moeilijker van zichzelf dan van de wet!

En intussen is het roven en terugroven, wederzijdse verstoring van rust, ze maken elkaar ongelukkig. Hun leven draagt geen vrucht, brengt geen plezier, geen enkele geestelijke vooruitgang. Niemand houdt de dood voor ogen, ieders hoop gaat uit naar de lange termijn. En je hebt mensen die nog van alles plannen wat buiten het leven ligt. Enorme grafmonumenten. Inwijdingen van openbare gebouwen. Grote publieke shows voor hun begrafenis. Een uitvaart die een verpletterende indruk maakt.

Maar allemachtig, dat soort lieden moetje eigenlijk ten grave dragen met fakkels en kaarsen. Alsof ze maar heel even hebben geleefd. Pag. 46-48

INNERLIJKE RUST

DE KERN VAN HET PROBLEEM (2)

Dat is ook sterk, beste Serenus, die kwestie houdt mij al een tijdje bezig! In suite zit ik na te denken over die psychische toestand. Waarmee zou je die kunnen vergelijken? Ik kom niet verder dan het voorbeeld van mensen die na een lange, ernstige ziekte soms te maken krijgen met rillingen en lichte pijntjes. Ze vertrouwen het niet en maken zich ongerust, hoewel ze eigenlijk alles achter de rug hebben. Ook al zijn ze intussen gezond, toch moet de dokter hun pols voelen, en als ze het warm hebben denken ze er meteen het ergste van. In zulke gevallen, beste Serenus, is het lichaam niet onvoldoende gezond, maar onvoldoende aan gezondheid gewend. Zo zit er ook in kalme zee een soort deining, vooral als het water tot rust is gekomen na een storm.

Hier zijn dus niet de hardere middelen nodig die we al gehad hebben.  Jezelf tegenhouden, kwaad worden op jezelf je zelf stevig aanpakken. Nodig is wat als laatste komt: zelfvertrouwen. Het geloof dat je op de juiste weg bent. Zonder je te laten afleiden door de velen die jouw spoor kruisen en alle kanten op gaan, of de weinigen die dwalen in de buurt van de weg.

Wat jij wilt is iets groots, iets geweldigs, iets bijna goddelijks: je door niets uitje evenwicht laten brengen. Deze psychische stabiliteit heet bij de Grieken euthymie, en daarover heeft Democritus een uitstekend boekje geschreven. (Ikzelf spreek hier van ‘innerlijke rust’, want woorden uit het Grieks overnemen of omzetten is niet nodig, we moeten het concept zo benoemen dat de betekenis van de Griekse term erin zit, niet de vorm.)

Waar we dus achter willen komen is het volgende. Hoe kunnen we psychisch steeds een evenwichtige, goede koers aanhouden, waarbij we met onszelf steeds in vrede en tevreden zijn? Hoe zorgen we dat die vreugde niet wordt verstoord, maar dat we innerlijk kalm en gelijkmatig blijven, zonder grote ups en downs? Want dat is dan die ‘innerlijke rust’.

De vraag is hoe we bij die toestand kunnen uitkomen. Laten we dat hier in het algemeen onderzoeken. Uit die ‘openbare therapie’ kun jij vervolgens alles halen wat je wilt.

We moeten wel eerst de verkeerde instelling in volle omvang voor het voetlicht brengen, zodat ieder er zijn of haar eigen deel in kan herkennen. Dan besef je meteen dat jouw ongenoegen over jezelf nog erg meevalt. Het vormt een groter probleem voor mensen die zich een publiek imago hebben aangemeten waarvan ze niet loskomen. De indrukwekkende titels die ze dragen vormen voor hen een last. Ze moeten de schone schijn blijven ophouden, niet uit vrije wil maar uit schaamte.

Het basisprobleem is steeds hetzelfde. Je hebt mensen die last hebben van lichtheid en snel verveeld zijn en voortdurend van plannen wisselen, waarbij ze dan het meeste voelen voor wat ze hebben opgegeven. En je hebt mensen die apathisch zitten gapen. Neem daarbij nog de groep die het vergaat zoals slechte slapers: de hele tijd draaien en weer anders gaan liggen, totdat van pure uitputting de slaap komt. Om de zoveel tijd richten zij hun leven anders in, en uiteindelijk houden ze maar iets aan waar ze toevallig bij zijn uitgekomen. Niet door weerzin tegen dat veranderen maar door ouderdom: hun energie voor vernieuwing is op. En neem daarbij ook nog de groep die juist te weinig flexibel is, niet door koppig vasthouden aan principes, maar door inertie. Die mensen leven niet zoals ze willen maar gewoon zoals ze zijn begonnen.

Talloos zijn de symptomen van de kwaal. Maar het resultaat is gelijk: ontevredenheid met jezelf. Het komt allemaal doordat de ziel niet op orde is, en door aarzelende of onvervulde verlangens. Niet durven doen watje wilt of niet bereiken wat je wilt, blijven hopen en daar helemaal in opgaan.

Al deze mensen zijn steeds onstabiel en veranderlijk, zoals onvermijdelijk is bij alles wat niet vastzit. Om hun zin te krijgen begaan ze elke weg, ze leren zich beschamende, ingewikkelde dingen aan, dwingen zich daartoe. En als hun inspanning zonder beloning blijft doet het pijn: wat een nutteloze blamage… Dan hebben ze spijt van wat ze wilden. Niet dat het verkeerd was maar dat het vergeefs bleek.

Waren we er maar nooit aan begonnen, denken ze vervolgens, terwijl opnieuw beginnen een schrikbeeld is, en zo komt onderhuidse onrust op. Ze vinden geen uitweg want ze zijn hun verlangens niet de baas en kunnen er ook niets mee doen. Het leidt tot stagnatie en algehele lethargie. Hun leven komt niet uit de verf, hun wensen blijven onvervuld.

Dat wordt allemaal nog erger als ze zich uit weerzin tegen hun moeizame mislukkingen terugtrekken in privéactiviteiten. Daar kun je namelijk niet tegen wanneer je eigenlijk klaarstaat voor publieke functies en niets liever wilt dan actief zijn, wanneer je van nature gejaagd bent doordat je in jezelf niet genoeg hebt om op terug te vallen. Als alle ontspanning wegvalt die juist aan die drukke bezigheden te danken is, wordt het ondraaglijk: dat huis, die stilte, die vier muren. En met tegenzin zie je datje bent overgelaten aan jezelf

Het gevolg? Verveling, ontevredenheid met jezelf, ongedurigheid doordat je nergens geestelijk rust vindt. Uitzitten van je vrije tijd, bedrukt en ellendig. Vooral als je schaamte voelt de oorzaken te erkennen en je gekweldheid door die gêne naar binnen is geslagen. Want daar raken je verlangens in de knel, je kunt er geen kant meer mee op, ze verstikken elkaar. Dat leidt dan tot melancholie en matheid, of duizend-en-een veranderingen van plannen en gedachten. Gespannen verwachtingen door nieuwe ambities, neerslachtigheid door alles wat te hoog gegrepen bleek.

Ja, zo krijg je mensen die hun eigen vrijheid haten en klagen dat ze niets omhanden hebben. Mensen die verschrikkelijk jaloers raken als het anderen goed gaat, want dat ellendig nietsdoen is een voedingsbodem voor afgunst. Ze wensen de vernietiging van iedereen omdat ze zelf niet verder kunnen komen.

Weerzin tegen andermans succes, wanhoop aan eigen vooruitgang. En dat werkt innerlijk weer door in woede over het lot en geklaag over ‘de moderne tijd’ en wegkruipen in een hoekje, waar mensen dan broeden op hun eigen straf. Want uitgerekend van zichzelf hebben ze schoon genoeg.

De menselijke geest is van nature dynamisch en gericht op actie. Dankbaar grijpen we elke gelegenheid aan om in beweging te komen en afleiding te vinden. En dat geldt des te meer voor de minst hoogstaande karakters, die graag bezigheden hebben om zich tegenaan te schurken. Zoals je ook wondjes hebt waar je niet vanaf kunt blijven, ook al gaan ze ervan open. Het is fijn om eraan te komen. Krabben waar het zo vreselijk jeukt is lekker. Precies zo vergaat het sommigen mensen psychisch, zou ik zeggen: hun verlangens zijn uitgebarsten als lelijke zweren, en het doet ze plezier druk bezig te zijn en zich af te beulen.

Er zijn namelijk dingen die voor het lichaam onaangenaam zijn maar toch prettig voelen. In bed woelen bijvoorbeeld en op de zijde draaien die nog niet moe is, en de hele tijd veranderen van houding voor een beetje koelte. Zo doet Achilles dat bij Homerus: eerst op de bulk liggen, dan weer op de rug, allerlei posities aannemen (typisch voor een zieke) maar er niet een lang uithouden. Telkens wisselen als remedie.

En wat krijg je dan? Reizen zonder duidelijk doel, mensen die de kusten afzakken, nu eens over zee, dan weer via land. Zo leven ze hun rusteloosheid uit, het hier en nu is steeds niet naar hun zin. ‘Kom, laten we naar Campanië gaan!’ En al gauw wordt die luxe vervelend. ‘Woeste gebieden bekijken! Vooruit, dwars door de bossen van Bruttium en Lucanië! Maar ja, in die wildernis zoek je dan toch weer iets stijlvols, iets waar verwende ogen van opkijken na de lange leegte in die barre contreien. ‘Naar Tarente met zijn beroemde haven! Waar het ’s winters zo mild is! Rijk gebied, zelfs in oude tijden al druk bewoond. ‘ Hof ‘Koerswijziging! We gaan naar Rome!’ Veel te lang geen applaus en gejoel gehoord, er mag wel weer eens wat mensenbloed vloeien…

De ene reis na de andere, show na show. Zoals Lucretius het zegt:

Op die manier vlucht ieder voor zichzelf.

Maar wat heb je eraan als je niet ook echt ontsnapt? Je volgt jezelf, je zit jezelf steeds lastig op de hielen. We moeten dus beseffen: niet de locaties zijn ons probleem maar wijzelf. We zijn niet sterk genoeg om alles vol te houden. We kunnen niet langdurig tegen hard werk of leuke dingen of onszelf of wat dan ook.

Dit alles heeft sommigen de dood in gedreven. Door vaak van plan te veranderen kwamen ze weer uit bij hetzelfde en hadden ze dus geen ruimte meer voor iets nieuws. Zo kregen ze weerzin tegen het leven, tegen de hele wereld, en rees bij hen dat decadente gevoel: ‘Meer van hetzelfde… Hoe lang nog?’ Pag. 56-62

PUBLIEK OF PRIVE? (3)

Dat soort verveeldheid dus. En wat daaraan te doen is, daarover vraagje mijn mening.

Het beste zou zijn, zoals Athenodorus zegt, ons uitsluitend te richten op publieke activiteiten, politieke taken en maatschappelijke functies. Want zoals sommige mensen de hele dag in de zon liggen en trainen en met hun lichaam bezig zijn, en zoals topsporters hun tijd verreweg het beste besteden aan spieren kweken en kracht opbouwen (hun enige levensdoel), zo ligt het ook in ons geval. Wij gaan de strijd aan op maatschappelijk niveau en bereiden ons daarop mentaal voor. Voor ons is dus praktijkervaring opdoen verreweg het mooiste.

Is het je bedoeling je nuttig te maken voor je medeburgers en medemensen? Pak dan allerlei taken aan en zetje naar vermogen in voor de hele gemeenschap en voor bepaalde personen. Want daarmee train je jezelf en help je tegelijk anderen.

‘Maar we zitten hier in een slangenkuil’ zegt Athenodorus. Kwaadsprekers praten hier alles krom wat recht is, gewoon eerlijk zijn is niet veilig genoeg en je zult altijd meer obstakels op je weg vinden dan succes hebben. Daarom moeten we het forum en de openbare ruimte laten voor wat ze zijn. Een grote geest kan zich echter ook in het privéleven ruim ontplooien. Wanneer je leeuwen en andere beesten in een kooi zet bedwing je hun slagkracht, maar bij mensen werkt dat niet zo. Want juist in afzondering leveren zij hun grootste prestaties.

Een mens mag dus de luwte opzoeken en leven in het verborgene. Maar waar hij dat ook doet, hij moet wel iets willen betekenen voor de mensheid, individueel en collectief. Via zijn intellect, zijn stem en zijn adviezen. Want iets betekenen voor je land, dat doe je niet alleen door goede kandidaten naar voren te schuiven, de rol van advocaat op je te nemen of politiek overleg te voeren over oorlog en vrede. Nee, het kan ook als je jongeren weet te bereiken en hen stimuleert tot echte innerlijke kwaliteit (het tekort aan goede docenten is groot!), als je hen in hun blinde jacht op geld en luxe beetpakt en terugtrekt of minstens een tijdje tegenhoudt. Want dan vervul je in de privésfeer een publieke taak.

Of is het soms belangrijker werk recht te spreken tussen vreemdelingen en burgers, of als stadspretor aan procesvoerders de formules voor te lezen van de juridisch adviseur? Is dat belangrijker dan uitleggen wat rechtvaardigheid is? Of uitleggen wat plichtsbesef is en geduld en dapperheid, wat neerzien op de dood is en kennis van de goden, en dat een goed geweten iets prachtigs is wat niets kost?

Als je dus tijd weghaalt bij je openbare taken en die besteedt aan het schrijven, is dat geen desertie of plichtsverzuim. Krijgsdienst verricht niet alleen de man die in de eerste linie staat en de rechter- of linkervleugel verdedigt. Nee, dat doet ook de man die de poorten bewaakt of op een minder gevaarlijke maar evengoed drukke post de wacht houdt en de wapenkamer beheert. Bij dat soort taken vloeit geen bloed, maar ze tellen wel mee als militaire dienst.

Trek jij je dus terug om te schrijven, dan heb je meteen alle weerzin tegen het leven afgeschud. Je hoopt dan niet meer dat het gauw avond wordt omdat je genoeg hebt van het daglicht. Je bent niet langer een last voor jezelf en een overbodige figuur voor anderen. Je trekt veel mensen aan die je vrienden worden, de allerbesten komen vanzelf bij jou. Echte kwaliteit blijft namelijk nooit verborgen, hoezeer die ook in de schaduw staat, maar heeft een duidelijke uitstraling. En wie het waard is komt die kwaliteit zo vanzelf op het spoor.

Als we alle sociale omgang opgeven en breken met de mensheid, als we enkel en alleen leven voor onszelf, zitten we in een isolement dat geen enkele betekenis meer heeft. Met als gevolg dat we ook niets zinvols te doen hebben.

En waar beginnen we dan mee? Met huizen bouwen op de ene plek en op de andere afbreken, met terugdringen van de zee of juist water aanvoeren op heel moeilijk terrein. Met verspillen van de tijd die de natuur ons te gebruiken gaf. Sommigen van ons zijn daar zuinig mee, anderen doen maar raak. Sommigen van ons besteden hun tijd op zo n manier dat ze er rekenschap van kunnen afleggen, anderen maken alles op en houden geen minuut over. Dat laatste is wel het meest beschamend. Vaak heeft een hoogbejaarde heer maar één bewijs dat hij zo lang heeft geleefd: zijn geboortedatum. Pag. 63-65

KEN JE KRACHT (6)

Bij dit alles moeten we eerst goed kijken naar onszelf, dan naar de dingen die we op ons nemen en vervolgens voor wie of met wie we dat doen.

Het is hier vooral essentieel jezelf op waarde te schatten. Meestal denken we namelijk dat we meer kunnen dan we echt kunnen.

De een komt ten val door te veel te vertrouwen op zijn welsprekendheid. Een ander doet een groter beroep op zijn vermogen dan het aankan, nog een ander belast zijn zwakke lichaam met zware inspanningen. Sommigen zijn door hun bedeesdheid minder geschikt voor de politiek, die vraagt om ‘een stevig verhaal’. Anderen passen door arrogantie niet bij een keizerlijk hof. Er zijn er die hun woede niet onder controle hebben en bij de minste of geringste irritatie heftige taal uitslaan, of die hun grappige opmerkingen niet voor zich kunnen houden en gevaarlijke geintjes maken. Al die mensen kunnen zich beter rustig houden dan actief zijn. Ben je fel en ongeduldig van aard? Vermijd dan alles wat jou uitdaagt je te laten gaan: het levert schade op.

Je moet nagaan of jouw karakter beter past bij praktische activiteit of bij rustige studie en reflectie. Vervolgens moet je de kant kiezen waar je talenten liggen. Isocrates greep Ephorus bij de arm en trok hem weg van het forum: de man zou nuttiger zijn als geschiedschrijver, dacht hij. Mensen met een bepaald talent dwingen tot iets anders werkt averechts. Als iemands aard niet meewerkt leidt de inspanning tot niets.

Op de tweede plaats moeten wij ook op waarde schatten wat we op ons nemen. En hoe zit het met onze eigen krachten? Wat we gaan proberen, kunnen we dat aan? Want een uitvoerder moet altijd over meer krachten beschikken dan het werk vereist. Is een last zwaarder dan de drager aankan, dan zal hij er onvermijdelijk onder bezwijken.

Verder heb je bepaalde taken die op zichzelf niet veel voorstellen maar wel veel nieuwe taken genereren. Ook die moet je links laten liggen. Want er komt dan steeds iets nieuws bij en het wordt meer en meer.

Waag je ook niet in de buurt van iets waar je niet meer vrij wegkomt. Pak alleen taken op die je zelf ten einde kunt brengen of waarbij dat een reële verwachting is. Laat je niet in met dingen die doorjouw inzet verder uitdijen en die niet stoppen waar jij dat had gepland.

Een gedachte over “Seneca: levenskunst (Fragmenten)

Reacties zijn gesloten.