Maakt geloven gelukkig?

 

Maakt geloven gelukkig?

Dat hangt er maar van af. Hoe oud je bent en in welke omstandigheden. Als kind kun je momenten van geluk ervaren als je schoen gevuld is en (zwarte) piet is langs geweest met snoepgoed. Maar als je als kind gaat nadenken over hoe dat alles door de schoorsteen moet zijn gekomen, beginnen de eerste twijfels. Je verliest je vertrouwen in de waarheid van het verhaal. Het verhaal heeft onmogelijke trekjes en daarmee wordt het hele verhaal, het hele construct in twijfel getrokken. Dat is het begin van het verlies van vertrouwen in de overgeleverde en bijna vanzelfsprekende sprookjes over Sint Nicolaas die je als kind zo zeer kon waarderen.

Geloven is een werkwoord. Het is géén fait accompli. Geloven is want anders dan geloven in sprookjes omdat sprookjes niet iets zijn om in te geloven maar om te aanhoren en ervan te genieten. Sprookjes beschrijven mogelijke wegen in het leven en leiden uit vaak onmogelijke situaties. De held of heldin redt het, vaak tegen een overmacht in. Dat is mooi want zo houden we de hoop levend, zeker als je in staat bent om je met de hoofdpersoon te identificeren. Maar helpen ze je echt verder in het leven? Kun je op sprookjes bouwen als je het moeilijk hebt? Ik vermoed van niet.

Geloven is een kwestie van je durven toe te vertrouwen aan een waarheid die groter is dan jezelf. Het is een vorm van waarheid die zin geeft, die je kan dragen ook als je het even niet ziet zitten. Maar hoe ziet die waarheid er dan uit? En hoe kan ik die waarheid leren kennen zodat ze een dragende grond wordt in mijn leven? Religies hebben daarop verschillende antwoorden gegeven. Een antwoord is dat de dragende grond God is. God, aanvang en einde der schepping, God maker van alles, behoeder van alles, de toekomst die ons wacht. Dat is allemaal mooi gezegd maar wat kan ik er mee, wat heb ik er aan in mijn persoonlijk leven? Zeker als ik in mijn leven niet zo vertrouwd ben met God. Zeker als God klinkt als een sprookje ver weg.

Meister Eckhart, een mysticus van lang geleden heeft daar veel over nagedacht en hij is tot opmerkelijke conclusies gekomen die hun geldigheid tot op de dag van vandaag niet hebben verloren. God moet je niet zien als iemand of iets die je in je zak hebt. God is geen koe die je kunt liefhebben omdat ze melk geeft. Dus je moet je niet opstellen als een soort van handelaar of koopman die God iets biedt in ruil voor iets anders. Dat is het eerste statement. God onttrekt zich en is onttrokken aan al onze vormen van manipulatie en verwachting. God is af-grondig, als laatste grond is deze afwezig, dat wil zeggen niet ervaarbaar op de wijze die wij zouden willen vanuit ons verlangen of vanuit ons zelfverstaan als communicerende wezens. Als de bijbel spreekt over dialogen tussen God en mens moet je dat niet al te letterlijk verstaan alsof een stem uit de hemel spreekt. Het zijn metaforen om de relatie tussen God en de mens te duiden, niet om haar te bewijzen als vaststaand gebeuren. Ze zeggen meer iets over de wederzijdse betrokkenheid dan over de feitelijkheid van het gebeuren. God is geen gouden kalf. Hoe graag we misschien ook zouden willen dat deze God wel zichtbaar, tastbaar en aanspreekbaar was.

Het tweede statement dat Meister Eckhart maakt is dat in het afgescheiden zijn een grote vrijheid ligt besloten. Als wij niets willen zijn, niets willen hebben, niets willen weten, ten aanzien van de totale werkelijkheid en ook ten aanzien van God, dan komt er ruimte vrij. Elk beeld dat wij van God hebben moeten we loslaten, want het beeld houdt ons gevangen, bezet de open ruimte. Dat is een moeilijke klus want we zitten vol met beelden, zeker in deze samenleving die meer en meer op beelden is gebouwd en die via beelden communiceert. Maar het is het pogen waard want als het ons lukt om steeds meer en meer vrij te worden van de beelden die ons beheersen komt er ruimte vrij die God kan innemen. Dat is de claim van Meister Eckhart. Hij vertrouwt erop dat dit dan plaatsvindt en hij getuigt ervan in zijn eigen leven. Maar het blijft een hele tour. Het is daarom niet voor niets dat in de bijbel de ontmoetingen met God plaatsvinden in de woestijn. Dat is de plek waar de beelden ontbreken. Ook hier is dat weer metaforisch te verstaan. De letterlijke woestijn kan je binnenleiden in de innerlijke woestijn waar de beelden afwezig zijn. Dan kan God binnentreden en je helemaal vervullen. Meister Eckhart zegt echter ook dat als je dit niet begrijpt je jezelf er verder niet druk over moet maken want dan is de tijd voor jou nog niet rijp. Je kunt niet het onmogelijke, niet ijzer met handen breken.

Pas als de mens met de doorbraak van het oneindige in zijn denken vertrouwd raakt, als hij dus leeg geworden iets mag ervaren van God, kan hij ook loslaten en gelaten zijn. Het perspectief van gelatenheid in fundamenteel in de ogen van Meister Eckhart. Als iemand helemaal niets meer wil, zijn ziel helemaal leeg is, kan God die ziel vullen want God is gelijk aan de ziel. Een ziel vol beelden en verlangens heeft niet in de gaten dat zij gelijk is aan God want zij is van goddelijke oorsprong. Dit statement van Meister Eckhart heeft in zijn tijd nogal wat kritiek opgeroepen van kerkelijke zijde want deze gelijkstelling aan God en ervaring van God zonder bemiddeling van de kerk (en de kerkelijke dienaren) schoot velen in het verkeerde keelgat. Van zoveel vertrouwen en overgave kregen zij een brok in de keel en dreigen zij spreekwoordelijk te stikken. Dat is dan meteen ook een argument voor het gelijk van Meister Eckhart dat God niet benaderbaar is vanuit de koopman. Veel kerkelijke praktijken en ook de zin achter veel gebeden blijft hierachter hangen. Zinloos dus, verspilde moeite.

Tenslotte is de mens, die vrij is van verlangens en beelden, die gelaten kan handelen omdat hij iets van God in zijn leven heeft ervaren als een vorm van oneindigheid, dat wil dus ook zeggen als iets dat ongrijpbaar, ontastbaar is, een afgrond, een niets, maar toch een houvast als een vorm van grond, van bodem om op te vertrouwen, die mens leeft uit zichzelf zoals het leven uit zichzelf leeft. Meister Eckhart staat stil bij deze vanzelfsprekendheid van het leven dat leeft uit zichzelf omdat hij hiermee wil aangeven dat het leven niet leeft omwille van een doel. Het leven leeft omwille van  zichzelf zonder extern doel. Op de mens toegepast kun je allerlei doelen aan je leven toeschrijven, ervoor willen gaan, de wereld redden enzovoort, maar ten diepste en in de kern komt het hier niet op neer. Geloven om gelukkig te worden is dus absurd. Leven om gelukkig te worden idem. Deze vorm van doelstelling past niet in het denken van Meister Eckhart. Maar in onze maatschappij lijkt het wel of het om niets anders draait. Misschien is daarom toch de ervaring van de woestijn een goede tegenreactie, een mooie manier om eens dichter bij jezelf, bij je grond, bij je kern te komen. Misschien is lijden en sterven ook wel de manier om de buitenkant te laten zijn voor wat ie is: buitenkant, ijdel, ijdelheid der ijdelheden, wind, een niets. Maar ieder mens gaat zijn eigen weg, ontdekt zijn eigen route. En dat is goed zo. Het leven leeft zoals het leeft, de boom groeit zoals hij groeit en hij past zich aan. Meister Eckhart houdt ons een radicaal perspectief voor. Durven we dit aan? Geloven zonder God? Geloven, vertrouwen op een onkenbare God?

John Hacking

24 oktober 2014

 

Maria Simeon

If you want to buy one of this paintings, please visit:

www.saatchiart.com/hacquinjean