Heschel: God zoekt de mens

 

Abraham Joshua Heschel:
God zoekt de mens
Een filosofie van het jodendom
Vertaald uit het Engels door Daniël Mok
Uitg. Abraxas (1955)
http://home.versatel.nl/heschel/inhoud.htm

Deel I     GOD

Deel II    OPENBARING

Deel III    ANTWOORD

I       GOD

1-    Het zelfbewustzijn van het jodendom
1.10        Het terugvinden van de vragen 23
1.20        Wijsbegeerte en theologie 24
1.30        Situationeel denken 25
1.40        Grondig zelfbewustzijn 26
1.50        Diepte-theologie 27
1.60        De zelfkennis van de godsdienst 29
1.70        Kritische herwaardering 30
1.80        Intellectuele eerlijkheid 31
1.90        Wijsbegeerte als godsdienst 32
1.10        Wijsbegeerte als vergezicht 33
1.11        Elliptisch denken 34
1.12        De godsdienst van de wijsbegeerte 34
1.13        Een manier van denken 35
1.14        Metafysica en metageschiedenis 37
1.15        Een uitdaging voor de wijsbegeerte 38
1.16        De aanbidding van het verstand 40
1.17        Ideeën en gebeurtenissen 42
1.18        De filosofie van het jodendom 44
1.19        Noten bij Hoofdstuk I

2-    Wegen naar zijn aanwezigheid
2.1        De bijbel is afwezig 47
2.2        Herinnering en inzicht 48
2.3        De speurtocht van de mens naar God 50
2.4        ‘Zoekt mijn aangezicht’ 52
2.5        Drie wegen 54
2.6        Noten bij Hoofdstuk 2

3-    Het verhevene
3.1    De grote vooronderstelling 57
3.2    Macht, schoonheid, grootsheid 57
3.3    Het wantrouwen van het geloof 59
3.4    Over het verhevene in de bijbel 61
3.5    Het schone en het verhevene 62
3.6    Het verhevene is niet het uiteindelijke 64
3.7    Afschuw en verheerlijking 65
3.8    Noten bij Hoofdstuk 3

4-    Verwondering
4.1    Een erfdeel van verwondering
4.2    Een kleine schroef
4.3    Twee soorten verwondering
4.4    ‘Sta stil en denk na’
4.5    ‘Voor je voortdurende wonderen’
4.6    Hij alleen weet 74
4.7    Noten bij Hoofdstuk 4

5-    Het gevoel voor het mysterie
5.1    Onbereikbaar en onpeilbaar 79
5.2    In ontzag en verbazing 80
5.3    De wijsheid – waar wordt zij gevonden? 80
5.4    Twee soorten onwetendheid 81
5.5    Wij zien en kunnen niet doorzien 82
5.6    Verborgen zijn de dingen die we zien
5.7    Noten bij Hoofdstuk 5

6-     Het raadsel is niet opgelost
6.1    God vertoeft in donkere wolken
6.2    Een brood 87
6.3    De onuitsprekelijke naam 89
6.4    Het mysterie is niet God 90
6.5    Voorbij het mysterie ligt de genade 92
6.6    Drie houdingen 92
6.7    God is niet eeuwig stil 94
6.8    Noten bij Hoofdstuk 6

7-    Ontzag
7.1    Als de grote afgrond 99
7.2    Het begin van wijsheid is ontzag 100
7.3    De betekenis van ontzag 100
7.4    Ontzag en vrees 102
7.5    Ontzag gaat vooraf aan geloof 103
7.6    Terugkeer tot de eerbied 104
7.7    Noten bij Hoofdstuk 7
8-     De hemelse glorie
8.1    Het majesteitelijke is het onuitsprekelijke 106
8.2    De glorie is geen ding 107
8.3    De glorie is de aanwezigheid van god 107
8.4    De levende aanwezigheid 108
8.5    De kennis van de glorie 109
8.6    Blindheid voor het wonder 111
8.7    Hardheid van hart
8.8    Noten bij Hoofdstuk 8
9-    De wereld
9.1    De aanbidding van de natuur 114
9.2    De ontgoocheling 115
9.3    De ontheiliging van de natuur 116
9.4    Het gegevene is niet het uiteindelijke 117
9.5    De onzelfstandigheid van de natuur 118
9.6    Het bedrog van de afzondering 121
9.7    De natuur aanbidt God 122
9.8    Een ding door God 123
9.9    De vraag van de verbazing 124
9.10  Noten bij Hoofdstuk 9

10-    Een aan ons gerichte vraag
10.1    Bovennatuurlijke eenzaamheid 127
10.2    Geen wetenschappelijk probleem 127
10.3    Ondefinieerbaar 128
10.4    Het beginsel van de onverenigbaarheid 130
10.5    De dimensie van het onuitsprekelijke 131
10.6    Het besef van transcendente betekenis 132
10.7    Het gevoel van verwondering is ontoereikend 134
10.8    Het teleologische bewijs 135
10.9    Godsdienst begint met verwondering en mysterie 136
10.10   Een tot ons gerichte vraag 137
10.11   ‘Een paleis vol van licht’ 138
10.12   Wat te doen met verwondering 139
10.13    Noten bij Hoofdstuk 10

11-    Een ontologische vooronderstelling
11.1    Momenten van inzicht 141
11.2    De ontmoeting met het onbekende 141
11.3    Voorconceptueel denken
11.4    Religie is het antwoord op het mysterie 144
11.5    Boven onze wijsheid uitrijzen 144
11.6    Ultieme betrokkenheid is een vorm van aanbidding 146
11.7    Wij prijzen voordat wij bewijzen 147
11.8    Een ontologische vooronderstelling 147
11.9    De ongelijkheid van ervaring en uitdrukking 149
11.10  Noten bij Hoofdstuk 11

12-    Over de betekenis van God
12-1    Het minimum aan betekenis
12-2    Twee gevolgtrekkingen
12-3    Gods aandeel in menselijk inzicht
12-4    De rol van de tijd 157
12-5    De godsdienstige situatie 158
12-6    Momenten 159
12-7    Een vermomd antwoord 161
12-8    Noten bij Hoofdstuk 12

13-      God zoekt de mens
13.1    Waar bent je? 165
13.2    Geloof is een gebeurtenis 167
13.3    Een lichtflits in de duisternis 168
13.4    Terugkeer tot God is een antwoord aan hem 170
13.5    Een spirituele gebeurtenis 171
13.6    Noten bij Hoofdstuk 13

14-    Inzicht
14.1    Hoor, o Israël
14.2    Het initiatief van de mens 175
14.3    ‘Het oog van het hart’ 176
14.4    ‘Deuren voor de ziel’ 178
14.5    Noten bij Hoofdstuk 14

15-    Geloof
15-1    ‘Kunt u de geheimen van God doorgronden? 182
15-2    Geen geloof op het eerste gezicht 182
15-3    Geloof is verbondenheid 184
15-4    De verlegenheid van het geloof 184
15-5    Geloof behelst trouw 185
15-6    Noten bij Hoofdstuk 15

16-     Voorbij het inzicht
16.1    Binnen het bereik van het geweten 188
16.2    God is het onderwerp 189
16.3    Bijwoorden 190
16.4    Een-zijn is de maatstaf 191
16.5    Van inzicht tot actie 193
16.6    Alleen inzichten en niets anders?
16.7    Noten bij Hoofdstuk 16

II     OPENBARING

17-      De idee van de openbaring
17.1     De mens met de thora 199
17.2    Waarom dit vraagstuk bestuderen? 200
17.3    Wij vergaten de vraag 200
17.4    Het dogma van de zelfgenoegzaamheid van de mens 201
17.5    Het idee van de onwaardigheid van de mens 202
17.6    De afstand tussen God en mens 204
17.7    Het dogma van Gods totale zwijgen 205
17.8    De persoonlijke overeenkomst 206

18-      De profetische onderwaardering
18.1    Het idee, de aanspraak en het resultaat 208
18.2    Wat is profetische inspiratie? 209
18.3    Woorden hebben vele betekenissen 210
18.4    De profetische onderwaardering 212
18.5    De taal van grootsheid en mysterie 212
18.6    Beschrijvende en richtinggevende woorden 213
18.7    Een antwoord inhoudende uitleg 215
18.9    Noten bij Hoofdstuk 18

19-      Het mysterie van de openbaring
19.1    Openbaring en de ervaring van openbaring 216
19.2    Het mysterie van de openbaring 216
19.3    De negatieve theologie van de openbaring 218
19.4    Fantaseren is verkeerd aanwenden 219
19.5    Het elimineren van de mensvormige God 219
19.6    Zoals geen andere gebeurtenis 220
19.7    Noten bij Hoofdstuk 19

20-     De paradox van Sinaï
20.1    De paradox van de profetie 223
20.2    In diepe duisternis 224
20.3    Voorbij het mysterie 22
20.4    De twee aspecten 226
20.5    Was Sinaï een zinsbegoocheling? 227
20.6    Een manier van denken 21
20.7    Een extase van God 230
20.8    Noten bij Hoofdstuk 20

21     Een godsdienst van tijd
21.1    Het denken en de tijd 232
21.2    De God van Abraham 233
21.3    De categorie van het weergaloze 233
21.4    De uitverkoren dag 235
21.5    Het unieke van de geschiedenis 237
21.6    Ontsnapping naar het tijdloze 238
21.7    Zaden van de eeuwigheid 238
21.8    Niet vatbaar voor wanhoop 239
21.9    Evolutie en openbaring 239
21.10  Noten bij Hoofdstuk 21
22      Proces en gebeurtenis
22-1    Proces en gebeurtenis 242
22-2    Het verleden in de huidige tijd zien 244
22-3    Noten bij Hoofdstuk 22
23       Israëls verplichting
23.1    Verknochtheid aan gebeurtenissen 246
23.2    Het herinneren van een verplichting 246
23.3    Trouw aan een moment 247
23.4    Een woord van eer 247
23.5    Leven zonder verplichting 249
23.6    Openbaring is een begin 250
23.7    Noten bij hoofdstuk 23

24      Een onderzoek naar de profeten
24.1    Wat voor bewijs? 252
24.2    De onjuiste mening 253
24.3    Is openbaring verklaarbaar? 254
24.4    Zijn de profeten betrouwbaar? 256
24.5    Een gevolg van krankzinnigheid 257
24.6    Zelfbedrog 258
24.7    Een pedagogische uitvinding 261
24.8    Verwarring 262
24.9    De tijdgeest 261
24.10  Het onderbewuste 265
24.11  Er zijn geen bewijzen 267
24.12  Noten bij Hoofdstuk 24
25-     De bijbel en de wereld
25.1    Is de bijbel een illusie? 269
25.2    Is God overal aanwezig? 270
25.3    De plaats van de bijbel in de wereld 270
25.4    Wat de bijbel deed 272
25.5    Geen woorden die meer betekenen 273
25.6    Het bijzondere van de bijbel 274
25.7    Hoe hem te verklaren? 275
25.8    De almacht van de bijbel 275
25.9    Kostbaar voor God 277
25.10    Heiligheid in woorden 278
25.11    Israël als bewijs 279
25.12    Hoe de zekerheid van Israël te delen 280
25.13    Niet op grond van bewijzen 281
25.14    Noten bij Hoofdstuk  25

26-     Geloof met de profeten
26.1    Geloof met de profeten 283
26.2    Oorsprong en aanwezigheid 284
26.3    De grens van de geest 286
26.4    Niet zomaar een boek 288
26.5    ‘Verwerp mij niet’ 289

27    Het beginsel van de openbaring
27.1    Openbaring is geen chronologisch probleem 291
27.2    De tekst zoals deze is 293
27.3    Openbaring is niet een alleenspraak 293
27.4    De stem begrijpelijk voor iedereen 295
27.5    Wijsheid, profetie en God 295
27.6    De niet-geopenbaarde thora 296
27.7    De thora is in ballingschap 297
27.8    Denkbeeld en uitdrukking 299
27.9    Alledaagse passages 300
27.10    Weerzin opwekkende passages 302
27.11    De bijbel is geen utopie 305
27.12    Voortdurend begrijpen 308
27.13    De mondelinge thora is nooit opgeschreven 310
27.14    Noten bij Hoofdstuk 27

III     ANTWOORD

28     Een wetenschap van daden
28.1    De hoogste overgave 317
28.2    Plotselinge toename van daden 318
28.3    De daad is het waagstuk 319
28.4    Onze uiteindelijke verlegenheid 321
28.5    Een meta-ethische benadering 322
28.6    Het partnerschap van God en mens 324
28.7    Wegen, geen wetten 324
28.8    De goddelijkheid van daden 325
28.9    Te doen wat hij is 326
28.10    Gelijkenis in daden 327
28.11    ‘De goede neiging’ 328
28.12    Doelen hebben de mens nodig 328
28.13    Een wetenschap van daden 329
28.14    Noten bij Hoofdstuk 28

29     Meer dan innerlijkheid
29.1    Door geloof alleen 330
29.2    De vergissing van symbolische voorstellingen 331
29.3    Geen tweedeling 332
29.4    Spiritualiteit is niet de weg 334
29.5    Autonomie en heteronomie 335
29.6    De wet 336
29.7    Een geestelijke orde 338
29.8    Een theologische overdrijving 339
29.9    Noten bij Hoofdstuk 29

30     De kunst van het zijn
30.1    Alleen daden en niets anders? 343
30.2    Een kreet om creativiteit 343
30.3    God vraagt het hart 345
30.4    Waarom kavanah? 347
30.5    Doen om te zijn 348
30.6    De inwoning van God in daden 348
30.7    Aanwezig zijn 349
30.8    Noten bij Hoofdstuk 30

31-     Kavanah
31.1    Oplettendheid 352
31.2    Waardering 353
31.3    Integratie 354
31.4    Meer dan kavanah
31.5    Noten bij hoofdstuk 30

32-     Een godsdienstig gedragspatroon
32.1    Een godsdienstig gedragspatroon 358
32.2    Spinoza en Mendelssohn 359
32.3    Jodendom en werkheiligheid 361
32.4    Het fundamentele belang van agada 362
32.5    Thora is meer dan wet 363
32.6    Meer dan halacha 365
32.7    Pan-halachisme 366
32.8    Een godsdienst zonder geloof 367
32.9    Dogma’s zijn niet voldoende 368
32.10   De vier ellen 370
32.11   Noten bij Hoofdstuk 32

33     Het probleem van de polariteit
33.1    Halacha en agada 375
33.2    Hoeveelheid en hoedanigheid 376
33.3    Halacha zonder agada 377
33.4    Agada zonder halacha 379
33.5    De polariteit van het jodendom 380
33.6    De spanning tussen halacha en agada 381
33.7    Regelmatigheid en spontaneïteit 382
33.8    De waarde van gewoonte 384
33.9    Daden onderrichten 385
33.10   Noten bij Hoofdstuk 33

34-     De betekenis van wetsbetrachting
34.1    Oorsprong en aanwezigheid 388
34.2    De betekenis van religieuze voorschriften 388
34.3    Eeuwigheid, niet nuttigheid 390
34.4    Geestelijke betekenis 391
34.5    Een antwoord aan het mysterie 393
34.6    Avonturen van de ziel 394
34.7    ‘Een lied elke dag’ 395
34.8    Geheugensteun 396
34.9    Handelen als hereniging
34.10    Verbondenheid met het heilige
34.11    De vervoering van daden
34.12    Noten bij Hoofdstuk 34

35     Mitswa en zonde
35.1    De betekenis van mitswa 402
35.2    ‘Want wij hebben gezondigd’ 404
35.3    ‘De boze neiging’
35.4    ‘Er is maar één stap’ 406
35.5    Noten bij Hoofdstuk 35

36-     Het probleem van het kwade
36.1    Een paleis in vlammen
36.2    ‘In de macht van de goddeloze’ 408
36.3    De verwarring van goed en kwaad 410
36.4    Verzoening voor het heilige 412
36.5    Godsdienst is geen luxe 413
36.6    Het grootste verschil 413
36.7    Hoe een bondgenoot te vinden 415
36.8    De thora is een tegengif 416
36.9    Is het goede een parasiet? 417
36.10    Het kwade is niet het uiteindelijke probleem 418
36.11    God en de mens hebben een gemeenschappelijke taak 418
36.12    Het vermogen om te volbrengen
36.13    Behoefte aan verlossing 421
36.14    Noten bij Hoofdstuk 36

37-     Het probleem van het neutrale
37.1    Het isoleren van de moraliteit 424
37.2    Hoe met het neutrale om te gaan 425
37.3    Alle vreugden komen van God 127
37.4    Noten bij Hoofdstuk 37

38-     Het probleem van de ongeschonden toestand
38.1    Gevestigde belangen 430
38.2    Vreemde gedachten 431
38.3    Vlucht in wantrouwen 432
38.4    De beproeving van Job 433
38.5    ‘Een kroon om mee op te scheppen’ 434
38.6    Vermomd polytheïsme 435
38.7    Het falen van het hart 436
38.8    Noten bij Hoofdstuk 38

39-    Het zelf en het niet-zelf
38.1    Is verlangen de maat?
39.2    De omzetting van behoeften
39.3    Bescheidenheid
39.4    Zelfrespect
39.5    Noten bij Hoofdstuk 39

40-    De daad verlost
40.1    Besef van innerlijke ONDERWERPING 446
40.2    Momenten van zuiverheid 447
40.3    Berouw
40.4    God is vol mededogen 418
40.5    Doeleinden zuiveren de motieven 418
40.6    De daad verlost 449
40.7    ‘Dien hem met vreugde’ 451
40.8    ‘Wij verknoeien en hij herstelt’ 452
40.9    Noten bij Hoofdstuk 40

41-    Vrijheid
41.1    Het probleem van de vrijheid 455
41.2    Vrijheid is een gebeurtenis 456
41.3    Vrijheid en schepping 458
41.4    Goddelijke betrokkenheid 458
41.5    Noten bij Hoofdstuk 41

42-    De geest van het jodendom
42.1    De betekenis van geest 461
42.2    De geest van het jodendom 463
42.3    De kunst om de beschaving te overtreffen 465
42.4    Noten bij Hoofdstuk 42

43 Het volk Israël
43.1    De betekenis van het joodse bestaan 467 43.2
43.2    Denken verenigbaar met onze bestemming 468
43.3    Israël – een geestelijke orde 470
43.4    De waardigheid van Israël 472
43.5    Noten bij Hoofdstuk 43

Hebreeuwse woordenlijst
Lijst van personen

Bibliografie