Het zelf is een verhaal

50×70 aug 2025

De taal maakt de mens tot mens. Er zijn veel soorten taal maar ik bedoel hier vooral de taal waarmee woorden, zinnen, verhalen worden gemaakt. De taal die men spreekt als spreektaal. Is de mens gevangene van de taal? Is de taal het traliewerk waarbinnen hij zijn mens-zijn ontplooid? Taal als communicatiemiddel, als brug naar de ander en naar de wereld, waarbij ik wereld versta als alles wat de mens aantreft, wat hij heeft gemaakt en waarbinnen hij zich bevindt en ontwikkelt.
Martin Heidegger noemt de taal het huis van het Zijn. Daarin woont de mens en de denkers en dichters zijn de bewakers van dit huis. Of zoals Heidegger het zelf uitdrukt:


„Die Sprache ist das Haus des Seins. In ihrer Behausung wohnt der Mensch. Die Denkenden und Dichtenden sind die Wächter dieser Behausung. Ihr Wachen ist das Vollbringen der Offenbarkeit des Seins, insofern sie diese durch ihr Sagen zur Sprache bringen und in der Sprache aufbewahren.“

Martin Heidegger Brief über den »Humanismus«, p. 53 (1)

Voor Heidegger is taal summum van de manifestatie van het zijn door zowel openbaring ervan als de verborgenheid ervan en het zich verbergen van het zijn in de taal. Het zijn komt aan. Zoals hij zelf heel kort zegt:

„Sprache ist lichtend-verbergende Ankunft des Seins selbst.“

Brief über den “Humanismus” p. 326 (2)

Maar misschien is dit veel en veel te abstract. Met het zijns-begrip, het Zijn genoemd, Das Sein, kom je zo niet veel verder maar ook niet met het begrip taal, Sprache. In het Duitse begrip zit het spreken van de taal nog opgesloten, in het Nederlands is dat niet direct waarneembaar of je moet het over gesproken taal hebben, gelezen taal, geschreven taal. De toevoeging maakt pas duidelijk wat je met die taal doet en kunt doen en wat de mogelijkheden zijn van de toepassingen ervan. Zo heeft ook elke taal zijn eigen eigenaardigheden als het om het begrip taal gaat maar ik beperk me nu tot het Nederlands.


Taal als traliewerk klinkt negatief. Alsof taal een soort kooi is, en meteen heb je dan de associatie van de dierentuin of het lab waar aapjes worden getest. Taal als vormend geheel van mogelijkheden vastgelegd via regels en afspraken, taal als hermeneutisch construct waarvan de bodem nooit zichtbaar wordt, omdat er telkens nieuwe betekenissen opduiken die voortbouwen op het bestaande en het gegevene. Taal is nooit af, nooit statisch, nooit definitief; zoals de spreker niet te stoppen is als hij op zijn praatstoel zit, zo vloeit taal uit zijn mond en komen er telkens nieuwe betekenissen tevoorschijn. Taal en betekenis zijn onlosmakelijk verbonden, ware dit niet zo, dan zouden we geen enkele taal kunnen verstaan en begrijpen en ook niet toepassen. Het kleine kind leert door herhaling, (een vorm van herkauwen) de taal van de ouders; telkens weer opnieuw, totdat het een vanzelfsprekend mechanisme is geworden om zelf te spreken en communiceren. Vanzelf-sprekend, alsof het nooit anders is geweest.


50×36,5 juli 2025

Toch blijft deze beschouwing nog aan de oppervlakte van wat taal is en vooral hoe de relatie met betekenisgeving en betekenissen samenhangt. De ziel van de taal, als je daarover zou kunnen spreken, is misschien wel de betekenis van de taal die gesproken wordt en zo gecommuniceerd wordt.
In de betekenis die wordt ervaren komt aan het licht waar het over gaat. Eigenlijk wonderlijk. Dat wij via spreken en andere taaluitingen kunnen ervaren en ontdekken wat de ander ons wil meedelen. Maar omdat we in de vanzelfsprekendheid van de taal zijn terechtgekomen in onze opvoeding valt ons dat niet meer op.


Heilig vuur

In de documentaire Fuoco Sacro Suche nach dem heiligen Feuer des Gesangs – Sängerinnen, die den Zuschauer ins Herz treffen: Ermonela Jaho, Barbara Hannigan und Asmik Grigorian (3) probeert de maker het ‘heilig vuur – Fuoco Sacro’ te ontdekken in de gezangen van enkele zangeressen. Hij is op zoek naar een antwoord op de vraag hoe dit ‘heilige vuur’ werkt in het zingen van een lied en waarom dit zo is. Een van hen zegt in een interview dat he persoonlijk ervaren lijden enorm helpt om zich in te leven in een tragisch smartelijk lied dat het lijden van een persoon vertolkt. Je eigen verdriet, je eigen lijden komt dan via het lied ook aan het licht. Dat maakt het gezongen lied authentiek zodat de toehoorders ook iets van deze diepte kunnen ervaren. Maar als de vertolkster alle persoonlijke emotie in het lied legt, blijft er ‘niks meer over’ aan de kant van de toehoorder om het eigen lijden mee te beleven. Dat is dan weer de opvatting van sommige regisseurs die hier een andere kijk op hebben. Hoe dit ook zij, vast staat dat het betrekken van het eigen verhaal, de eigen ervaringen in het voorgedragene het geheel een zekere diepgang geeft, of in de woorden van de documentaire ‘heilig vuur’.

Wat je uit deze documentaire vooral kunt leren is dat het lied een verhaal is dat uitnodigt om je eigen verhaal hieraan te koppelen. De betekenis van het verhaal in het lied raakt of kan aan de betekenis van het eigen verhaal raken. Er kunnen vonken overspringen, herkenning, diep geraakt worden door…De zangeres die dit voordoet, die zo uitnodigt tot deelname aan het verhaal kan dit niet ‘ins blaue hinein’. Allemaal vertellen ze dat ze zich heel goed voorbereiden op de uitvoering en dat ze vooraf niet afgeleid willen worden want ze willen het verhaal zo goed mogelijk voor het voetlicht brengen, met inzet van hun hele persoon.

In feite gaat het niet om taal an sich, niet om een construct, niet om een vorm of een methode, niet om de inhoud van de taal zelf, de woorden, de zinnen, de alinea’s, maar om het verhaal dat met deze taal wordt verteld. De analytische taalfilosofie die taal opvat als een construct, een verzameling afspraken en wat al niet meer, heeft hier eigenlijk niks van begrepen. Ze blijven steken bij de buitenkant, de vorm, het skelet en missen zo de echte betekenis. (Natuurlijk is dit even heel zwart-wit gesteld.)



Betekenis

In ons spreken gaat het om de betekenis en alleen het verhaal geeft en bemiddelt die betekenis. Ook de aller-kortste zin zou je nog een verhaal kunnen noemen, kort in zijn duur, lengte, maar niet zonder de ‘swung’ die meetrilt en die de betekenis bemiddelt. Ook de notitie geboren d.d. – gestorven d.d. is al een verhaal – hoe miniem ook de inhoud van deze mededeling. Wat we doen is zelf betekenis toevoegen aan het gelezene, gehoorde, gesprokene, hoe kort het ook is. Een snauw roept al emotie op omdat we er van alles bij denken en voelen. We maken van het gehoorde een verhaal en door dat verhaal reageren we. Een kreet roept iets op omdat we er betekenis aan ontlenen, we maken er en verhaal van. Omgekeerd is alles wat we over ons zelf naar voren brengen een verhaal: Dichtung und Wahrheit, zoals de biografische notities van Goethe bijvoorbeeld. We kunnen geen waarheid, geen ervaringen, geen feiten vertellen zonder er een verhaal van te maken. Ook alle formules in de wiskunde en natuurkunde zijn in feite verhalen, zeker als we deze aan een publiek gaan uitleggen. Zonder verhalen zou dit nooit lukken.


In het bijna vanzelfsprekende kader waarin we taal inzetten en gebruiken ontstaat betekenis door het ontvangene en door het verwerken hiervan en dat gaat via verhalen, via de verhalende modus. We maken van alles een verhaal en we zijn zelf een en al verhaal. Daarom vallen we ook nooit samen met onszelf omdat het verhaal nooit af is, er steeds nieuwe elementen bij komen, nuanceringen, differentiëringen etc.
Alles wat we over ons zelf denken, zeggen, uitdrukken is verhaal. Probeer dat maar eens in kleinere eenheden te ontleden, in stukken te ervaren, dat gaat nauwelijks omdat dan het verhaal als vuurwerk uiteenspat. We houden niks meer over, alle betekenis is dan weg. De entropie in ons spreken, het verlies van energie, en daarmee inhoud, omdat we niet meer in staat zijn om te spreken, om verhalen te vertellen, isoleert ons van de wereld en van de medemens. We vallen helemaal terug op onszelf en kunnen verhalen (herinneringen) alleen nog met onszelf delen maar dat kun je geen delen meer noemen. Het is eerder een soliptisch ronddwalen in een wereld waarin uiteindelijk ook die verhalen oplossen in de mist van het verleden. Geen verhalen meer kunnen delen, geen verhalen meer kunnen ontvangen en uiten, is niet alleen het einde van de communicatie maar het is in feite een vorm van dood zijn. Dood als mens. Dood als wezen dat geschapen is om via de taal betekenis aan het leven en de relaties te geven en te ontvangen via verhalen. De totale dood is dan niet ver weg meer.


Eugen Rosenstock-Huessy die veel over de taal en het wonder van de taal heeft geschreven heeft een poging ondernomen om de taal van de ziel te ontdekken, zoals de documentaire maker een poging ondernam om het ‘heilige vuur’ in het lied te ontdekken. Beide pogingen lijken op elkaar. Rosenstock-Huessy schrijft:

Wij mensen kunnen de taal op zijn best alleen bij tijd en wijle op hoogst oorspronkelijke wijze spreken, nooit permanent, Daarom doelt Goethes belangrijk uitspraak tegenover Rieder op 26 maart 1814: “De mensen zijn slechts zolang productief als ze ook religieus zijn, verder imiteren en herhalen ze alleen maar.” (4)

De taal op oorspronkelijke wijze spreken is een cadeau, is een manier van verhalen die meestal niet altijd voor ons is weggelegd. Dat hoeft ook niet. Maar het is wel mooi als het verhaal dat we zelf zijn, de verzameling voortdurend veranderende verhalen, aan mag en aan kan sluiten bij de verhalen van anderen, bij de verhalen die ons door de wereld worden aangereikt en die persoonlijk worden omdat er zoveel raakvlakken, zoveel knooppunten zijn waardoor de energie, het heilig vuur, kan stromen. Dan krijgen betekenissen diepte, grond onder de voeten en komen we echt tot ons recht.

John Hacking

2 september 2025


Noten:

(1) Heidegger, Martin, Platons Lehre von der Wahrheit. Mit einem Brief über den “Humanismus” , Bern 1947 (Francke Verlag), p. 53

(2) Brief über den “Humanismus”, 1946, in: Gesamtausgabe, Band 9 “Wegmarken”, 1. Aufl., Verlag Vittorio Klostermann, Frankfurt/M 1976, S.326

(3) https://www.filmdienst.de/film/details/618756/fuoco-sacro-suche-nach-dem-heiligen-feuer-des-gesangs

(4) E. Rosenstock-Huessy, De taal van de ziel. Vertaling van Angewandte Seelenkunde (1924) van Eugen Rosenstock-Huessy, Vught 2014 (Skandalon), p. 66



Een gedachte over “Het zelf is een verhaal

Reacties zijn gesloten.