Zbigniew Herbert (1)

Kleve Kermisdahl mit Schloss

Bericht aus dem Paradies

Im Paradies dauert die Arbeitswoche dreißig Stunden
die Löhne sind höher die Preise fallen ständig
die physische Arbeit quält nicht (infolge kleinerer Zugkraft)
das Holzhacken macht so viel aus wie das Maschinenschreiben
die Staatsform ist haltbar und die Regierung vernünftig
wahrhaftig im Paradies ist es besser als irgendwo sonst

am Anfang sollte es anders sein –
strahlende Kreise Chöre und stufen der Abstraktion
aber den Körper genau von der Seele zu trennen
mißlang und sie kam hier an
mit einem Tropfen Fett mit einem faden Muskel
man mußte Beschlüsse fassen
das Körnchen des absoluten mit dem Körnchen Lehm vermischen
noch eine Abweichung mehr vom Dogma die letzte
Johannes nur hat es vorausgesagt: ihr werdet wiederauferstehen im Fleisch

Gott bekommen nur wenige zu Gesicht
er existiert nur für die aus reinem Pneuma
der Rest hört Nachrichten von den Wundern und Sintfluten
mit der Zeit werden alle den Gott zu sehen bekommen
wann dieses wahr wird weiß niemand

vorerst am Samstag zwölf Uhr mittag
heult die Sirene süß
und blaue Proletarier kommen aus den Fabriken
sie tragen unter dem Arm ihre Flügel linkisch wie Geigen

Zbigniew Herbert

Vertaling: Karl Dedecius

https://www.lyrik.ch/lyrik/spur4/zbigniew/herbert.htm


Verslag over het paradijs
 
In het paradijs duurt de werkweek dertig uur
de lonen zijn er hoger de prijzen dalen steeds
lichamelijk werk vermoeit er niet (er is minder zwaartekracht)
houthakken gaat er even licht als typen
de maatschappij is er stabiel en het bewind verstandig
het is echt beter in het paradijs dan in elk ander land
 
 
Eerst had het anders moeten worden
lichtende kringen koren graden van abstractie
maar het is niet gelukt lichaam en ziel
precies te scheiden en de ziel kwam hier aan
met een druppel vet een draadje spier
men moest de consequenties onder ogen ziende korrel van het absolute met de korrel klei vermengen
de zoveelste afwijking van de leer de laatste afwijking
alleen Johannes had het voorzien: gij zult wederopstaan in den vleze
God aanschouwen slechts weinigen
alleen zij die zuiver pneuma zijn
de rest luistert naar berichten over wonderen en zondvloeden
mettertijd zullen allen God zien
wanneer dat komt weet niemand
 
 
Voorlopig klinkt ’s zaterdags om twaalf uur ’s middags
het zoete loeien der sirenes
uit de fabrieken komen dan hemelse proletariërs
met onder hun arm onbeholpen hun vleugels als een viool

Zbigniew Herbert

Uit: Spiegel Internationaal. Moderne poëzie uit 21 talen. Samengesteld door Maarten Asscher en Laurens Vancrevel. Meulenhoff


Wintergarten

Die klaue des frosts hat ans fenster geklopft
das auge öffnet sich zum garten
die bäume für die sinne unbeweglich
kreisen schnell im leichten glas
und nur die unvorsichtige klaue
erklärt mit entladenem rauhreif den flug

es gibt keine erde mehr keine klebrigen tatzen
die in den leichen den blumen scharren
hinter die wolke des schnees getragen
auf linien leichter gravitationen
und nur eine weile schwarze stämme
und nur ein ast so dumpf wie ein bass
erinnerten an die stimme der erde
bevor sie das feuer des frosts betäubte

aus rhomben dreiecken pyramiden
zum trotz – der ruhelosen linie
der haare durch die blut fließt
den seiden in unvernünftigen falten
dem grünen sarg für den falter –
aus rhomben dreiecken pyramiden
baute man wieder den klugen garten
mit einem diamanten knüpft die fläche das netz
er wird nicht mehr insekten rufen
zum festmahl des honigs und des gifts

den frost willkommen heißen wenn er dir den vögeln
mit geübten schnabel das herz herausnimmt
die spur wie nester zerbricht unterwegs
und über den fluß zu gehen befiehlt
dem schwarzen stamm dem schweren leib
entwächst ein zweig der weiße atem
damit das atom aller unserer träume
sich abermals mit der luft verbindet

Zbigniew Herbert

Vertaling: Karl Dedecius

https://www.lyrik.ch/lyrik/spur4/zbigniew/herbert.htm


Kiesel

Der Kiesel ist als Geschöpf
vollkommen

sich selber gleich
auf seine Grenzen bedacht

genau erfüllt
vom steinernen sinn

mit einem Geruch der an nichts erinnert
nichts verscheucht keinen Wunsch erweckt

sein Eifer und seine Kühle
sind richtig und voller Würde

ich spür einen schweren Vorwurf
halt ich ihn in der Hand
weil dann seinen edlen Leib
die falsche Wärme durchdringt

–kiesel lassen sich nicht zähmen
sie betrachten uns bis zum Schluss
mit ruhigem sehr klarem Auge

Zbigniew Herbert

Vertaling: Karl Dedecius

https://www.lyrik.ch/lyrik/spur4/zbigniew/herbert.htm


DE KIEZELSTEEN

De kiezelsteen is
een volmaakt schepsel

zichzelf gelijk
zijn grenzen bewakend

nauwkeurig gevuld
met de zin van steen

met een lucht die nergens op lijkt
niets opschrikt geen begeerte wekt

zijn vuur en koelte
zijn correct en een en al waardigheid

ik voel een zwaar verwijt
wanneer ik hem in mijn hand houd
en valse warmte
zijn edele lichaam doordringt

−Kiezelstenen zijn niet te temmen
tot het einde toe zullen ze ons aankijken
met hun rustige en heel heldere oog

Vertaling: Gerard Rasch


Herr Cogito meditiert über das Leid

Alle Versuche
den sogenannten Kelch der Bitternis abzuwenden –
durch Reflexion
besessenen Einsatz zu gunsten der heimlosen Katzen
durch tiefes Atmen
durch Religion –
enttäuschten

man muß sich fügen
den Kopf sanft senken
nicht die Hände ringen
sich maßvoll und ungezwungen des Leids bedienen
wie einer Prothese
ohne falsche Scham
doch ebenso ohne überflüssigen Hochmut

nicht mit dem Stumpf
über den Köpfen der anderen fuchteln
nicht mit dem weißen Stock
an die Fenster der Satten klopfen

den Sud dieser bitteren Kräuter trinken
doch nicht zur Neige
vorsorglich ein paar Schluck
für die Zukunft lassen

annehmen
aber zugleich
innerlich absorbieren
wenn möglich
aus der Materie des Leids
ein ding oder eine Person erschaffen
spielen
mit ihm
natürlich
spielen

spielen mit ihm
sehr behutsam
wie mit einem Kinde
das krank ist
und das man am ende
mit albernen Kunststücken
doch zu einem schwachen Lächeln
zwingt

Zbigniew Herbert

Vertaling: Karl Dedecius

https://www.lyrik.ch/lyrik/spur4/zbigniew/herbert.htm



Meneer Cogito denkt na over het lijden
 

Alle pogingen tot verwijdering
van de zogenaamde kelk des lijdens
-door het denken
onbezonnen acties ten bate van
zwerfkatten
diep ademhalen
religie –
hebben gefaald
 
 
men dient zich te schikken
zacht het hoofd te buigen
zonder handenwringen
het lijden te gebruiken met gepaste
zachtmoedigheid
als een prothese
zonder valse schaamte
maar ook zonder onnodige hoogmoed
 
 
niet met zijn stompje
boven andermans hoofd te maaien
niet met de blindenstok
op de ramen der verzadigden te tikken
 
 
het bitter kruidenaftreksel te drinken
maar niet helemaal
uit voorzorg een paar slokken
voor later te bewaren
 
 
het te aanvaarden
maar tegelijkertijd
in zich af te zonderen
en indien mogelijk
uit de materie van het lijden
een ding of een persoon te scheppen
daarmee
te spelen
natuurlijk
spelen
 
 
het heel voorzichtig
te amuseren
als een ziek kind
dat men eindelijk
met stomme kunstjes
een flauwe
glimlach
afdwingt

Vertaling Gerard Rasch


Meneer Cogito en de loop van de gedachten

De gedachten de vrije loop laten –
Is een gewone manier van zeggen

Deze manier
Overschat de beweeglijkheid van de gedachten

Het merendeel
Staat roerloos
In het saaie landschap
Van grijze heuveltjes
En verdorde bomen

Af en toe komen ze
Bij een woeste rivier van vreemde gedachten
Blijven op één been
Aan de kant staan
Als hongerige reizigers

Met verdriet
Denken ze aan hun opgedroogde bronnen

Ze lopen er wat rond
Op zoek naar zaadjes

Ze gaan niet
Want komen nergens
Ze gaan niet
Want kunnen nergens heen

Ze zitten handenwringend
Op een steen
Onder de donkere
Lage
Hemel van de schedel

Zbigniew Herbert


Regen

Toen mijn oudste broer
terugkwam van de oorlog
had hij een zilveren sterretje op het voorhoofd
en onder dat sterretje
was de afgrond

het was een scherf van een schrapnel
die hem bij Verdun had getroffen
of misschien bij Grunwald
(de bijzonderheden was hij vergeten)

hij sprak veel
in vele talen
maar het meest hield hij
van de taal van de geschiedenis

zolang hij ademen kon had hij
gevallen kameraden overeind getrokken
Roland Karelsen Hannibal

steeds geroepen
dat dit de laatste kruistocht was
dat Carthago weldra vallen zou
waarna hij snikkend bekende
dat Napoleon niet van hem hield

we zagen hem
verbleken
verlaten door zijn zinnen
werd hij langzaam tot een beeld
in de muziekschelpen van zijn oren
trad een stenen bos

terwijl de huid van zijn gezicht
werd dichtgeknoopt
met twee blinde droge
knoopjesoren

wat hem restte
was de tast

ongelooflijk zoals hij
met zijn handen kon vertellen
in de rechter had hij liefdesverhalen
in de linker soldatenherinneringen

mijn broer werd opgehaald
en uit de stad gebracht

nu komt hij elk najaar terug
stil en mager
hij wil niet binnen komen
klopt op het raam ik ga naar buiten

we wandelen door de straten
en hij vertelt mij
de meest fantastische verhalen
zijn gezicht aanrakend
met blinde vingers die huilen.

Zbigniew Herbert.

vert. Gerard Rasch

uit’ Verzamelde gedichten’
uitg. De bezige bij. 1999
 

 
 
Meneer Cogito’s twee benen

Het linkerbeen is normaal
optimistisch kun je zeggen
aan de korte kant
jongensachtig
glimlachend in de spieren
met een welgevormde kuit

het rechter
miserabel –
mager
met twee littekens
het ene langs de achillespees
het andere ovaal
lichtroze
de smadelijke herinnering aan een vlucht

links
is geneigd tot huppelen
tot dansen
geeft te veel om het leven
om iets te riskeren

rechts
is edelmoedig stijf
spot met elk gevaar

en zo
trekt
op zijn beide benen
links te vergelijken met Sancho Pancha
en rechts
herinnerend aan de dolende ridder

meneer Cogito
de wereld door
licht wankelend

Zbigniew Herbert

Vertaling Gerard Rasch

uit: Meneer Cogito, De Bezige Bij, 2005


Huizen in de buitenwijk

Op najaarsdagen zonder zon mag
meneer Cogito graag de vuile buitenwijken
bezoeken. Een zuiverder bron van
melancholie – zegt hij – bestaat er niet.

Huizen in de buitenwijk met kringen onder de ramen
huizen die zacht hoesten
huiveringen van pleisterwerk
huizen met dun haar
een zieke huid

alleen de schoorstenen dromen
hun schrale klacht
bereikt de zoom van het bos
de oever van een groot water

ik zou namen voor jullie willen verzinnen
jullie vullen met de geur van Indië
het vuur van de Bosporus
het rumoer van watervallen

huizen in de buitenwijk met ingevallen slapen
huizen kauwend op een korstje brood
koud als de droom van een verlamde
met trappen die een palm van stof zijn
huizen voortdurend te koop
herbergen van ongeluk
huizen die nooit in het theater waren

ratten van de huizen van de buitenwijk 
breng ze naar de kust van de oceaan
laat ze plaats nemen in het hete zand
laat ze de tropennacht bekijken
laat een golf ze met een stormachtig applaus belonen
zoals alleen verspilde levens toekomt

Zbigniew Herbert

Vertaling Gerard Rasch

uit: Meneer Cogito, De Bezige Bij, 2005 



HOE MENEER COGITO OVER DE HEL DENKT

De laagste kring van de hel. De publieke opinie ten spijt  wonen er despoten noch moedermoordenaars, en evenmin zij die het lichaam van anderen hebben achtervolgd. Het is een kunstenaarsasiel vol spiegels, instrumenten en schilderijen. Op het eerste gezicht de meest comfortabele infernale afdeling, zonder pek, vuur of martelingen.

Het hele jaar door vinden hier concoursen, festivals en concerten plaats. Er is geen hoogseizoen. Het hoogseizoen is permanent en vrijwel absoluut. Elk kwartaal ontstaan er nieuwe richtingen en niets lijkt de triomftocht van de avant-garde te kunnen stuiten.

Beelzebub houdt van kunst. Hij pocht erop dat zijn koren, zijn dichters en zijn schilders die van de hemel al bijna overtreffen. Wie de beste kunst heeft, heeft de beste regering – dat is duidelijk. Binnenkort kunnen ze zich op het Festival der Twee Werelden met elkaar meten. En dan zullen we zien wat er overblijft van Dante, Fra Angelico en Bach.

Beelzebub bevordert de kunst. Hij garandeert zijn kunstenaars rust, goede voeding en absolute afzondering van het helse leven.

Vertaling: Gerard Rash


Episode in de bibliotheek

Een blond meisje heeft zich over het gedicht gebogen. Met een potlood zo scherp als een lancet brengt ze de woorden over op blank papier en verandert ze in streepjes, accenten, cesuren. Het lamento van de gevallen dichter lijkt nu op een salamander afgevreten door de mieren.
Toen we hem onder vuur wegdroegen, geloofde ik dat zijn nog warme lichaam in het woord zou herrijzen. Maar nu ik de dood van de woorden zie, weet ik dat de ontbinding geen grenzen kent. Van ons zullen alleen lettertekens overblijven, her en der verspreid in de zwarte aarde. Accenten op het niets en op stof.

Vertaling Gerard Rasch


Het paradijs van de theologen

Lanen, lange lanen, afgezet met zorgvuldig gesnoeide bomen als in een Engels park. Af en toe komt hier een Engel voorbij. Het haar zorgvuldig geonduleerd, de vleugels latijn ruisend. In zijn hand heeft hij het handige toestel geheten syllogisme. Hij loopt snel zonder lucht of zand in beroering te brengen. Passeert zwijgend stenen symbolen van deugden, zuivere kwaliteiten, ideeën van voorwerpen en vele andere volstrekt onvoorstelbare dingen. Verdwijnt nooit uit het oog daar hier geen perspectieven heersen. Orkesten en koren zwijgen, maar de muziek is aanwezig. De theologen spreken ruim. Dat moet ook een bewijs zijn.

Vertaling Gerard Rasch


De hel

Tellend van boven af: een schoorsteen, antennes, een kromgetrokken, plaatijzeren dak. Door een rond raam is een in snoeren verstrengeld meisje te zien dat de maan vergeten heeft op te zuigen en heeft uitgeleverd aan roddelaarsters en spinnen. Daaronder leest een vrouw een brief, frist haar gezicht op met poeder en leest weer. Op één hoog loopt een jonge man heen en weer en denkt: hoe kan ik met deze stukgebeten lippen en uit elkaar vallende schoenen de straat opgaan? In het café beneden is het leeg, want het is ochtend. Er zit maar één paartje in de hoek. Ze houden elkaar bij de hand. Hij zegt: ‘We zullen altijd bij elkaar blijven. Eén zwarte koffie en één limonade alstublieft.’ De kelner loopt snel weg en barst achter de portière pas in lachen uit.

Vertaling Gerard Rasch


De kip

De kip is het beste voorbeeld van waartoe nauw samenleven met de mensen leidt. Ze heeft het lichte en bevallige van een vogel totaal verloren. De staart steekt uit boven haar uitpuilende achterste als een te grote hoed die van slechte smaak getuigt. Haar zeldzame ogenblikken van vervoering, wanneer ze op één poot staat en met vliesachtige oogleden haar ronde ogen dichtplakt, zijn huiveringwekkend walgelijk. En dan ook nog op die parodie van zingen, stomdronken smeekbeden om een onuitsprekelijk belachelijk ding: een rond, wit, besmeurd ei.
De kip doet denken aan bepaalde dichters.

Vertaling Gerard Rasch


Klassiek

Groot houten oor dichtgestopt met watten en flauwekul van Cicero. Een meesterlijk stilist – zeggen allen. Niemand schrijft vandaag nog zulke lange zinnen. En wat een eruditie. Zelfs in steen kan hij lezen. Het zal alleen nooit in hem opkomen dat de aderen in het marmer van de
thermen van Diocletianus gesprongen bloedvaten zijn van slaven uit steengroeven.

Vertaling Gerard Rasch


Een botanische tuin

Dat is een pension voor planten, even streng bestuurd als kloosterscholen. Grassen, bomen en bloemen groeien er fatsoenlijk zonder plantaardige weligheid, en vermijden verboden vrijerijen met hommels. Ze worden voortdurend gehinderd door hun Latijnse waardigheid en hun plicht tot voorbeeld te zijn. Zelfs de rozen snoeren hun lippen samen. Dromen van een herbarium.
Grijsaards komen hier met een boek en dutten in onder het lome tikken van de zonnewijzers.

Vertaling Gerard Rasch


Vissen

De slaap van vissen kun je je niet voorstellen. Zelfs in het donkerste hoekje van de vijver, tussen het riet, is hun rusten waken: altijd dezelfde positie en de absolute onmogelijkheid van hen te zeggen: ze hebben het hoofd ter ruste gelegd.
Ook hun tranen zijn als een schreeuw in de leegte – ontelbaar.
Vissen kunnen hun wanhoop niet gebaren. Dit rechtvaardigt het mes dat springend over hun rug gaat en de pailletten van de schubben afschraapt.

Vertaling Gerard Rasch


De zelfmoordenaar

Hij was zo theatraal. Ging voor de spiegel staan in een zwart pak met een bloem in het knoopsgat. Stopte het instrument in zijn mond, wachtte tot de loop warm werd en schoot, verstrooid glimlachend tegen zijn evenbeeld.
Hij viel neer als een van de schouders geschudde jas, maar zijn ziel bleef nog een tijdje staan, hoofdschuddend, steeds lichter steeds lichter. En ging pas later met tegenzin dat lichaam binnen, van boven met bloed bevlekt, op het ogenblik dat zijn temperatuur de temperatuur bereikte van de voorwerpen, hetgeen – zoals bekend – een lang leven voorspelt.

Vertaling Gerard Rasch


De technologie van de tranen

Bij de huidige stand van kennis lenen alleen valse tranen zich voor bewerking en verdere produktie. Echte tranen zijn heet, en dientengevolge moeilijk van het gezicht te scheiden. Het is gebleken dat ze, eenmaal gestabiliseerd, zeer broos blijven. De technologen pijnigen hun verstand om het probleem van de exploitatie van echte tranen op te lossen.
Aangezien ze van nature troebel zijn, worden valse tranen voor het invriezen gedistilleerd en zo behandeld dat ze in zuiverheid nauwelijks onderdoen voor echte tranen. Ze zijn zeer hard, zeer duurzaam en kunnen niet alleen gebruikt worden voor sieraden maar ook voor het snijden van glas.

Vertaling Gerard Rasch


Einde van de dynastie

Het hele koninklijke gezin woonde toen in één kamer. Aan de andere kant van de ramen was een muur, bij die muur een vuilnishoop. Daar werden katten door ratten gebeten. Dat konden ze niet zien. De ramen waren met kalk gewit.
Toen de beulen kwamen, waren ze getuige van een alledaagse scène.
Zijne Majesteit verbeterde het reglement van het Regiment van ’s Heren Verheerlijking. De occultist Philippe probeerde door suggestie de zenuwen van de Koningin te kalmeren, de Troonopvolger lag opgerold in een kluwen in een leunstoel te slapen, en de Groot (en mager)-
Hertoginnetjes zongen gewijde liederen en verstelden hun garderobe.
De lakei daarentegen stond bij de wand en deed zijn best behang te imiteren.

Vertaling Gerard Rasch


Het huis van de dichter

Ooit was hier adem op de ruiten, de geur van gebraden vlees, hetzelfde gezicht in de spiegel. Nu een museum. De flora van de vloeren heeft men verdelgd, de kisten leeggehaald, de kamers schoongespoten met was. Dagen en nachten aaneen waren de ramen geopend. Muizen mijden dit bedorven huis.
Het bed werd netjes opgemaakt. Maar niemand wil hier ook maar één nacht doorbrengen.
Tussen zijn kast, zijn bed en zijn stoel – een witte grens van afwezigheid, even precies als het afgietsel van de hand.

Vertaling Gerard Rasch


Poging de mythologie te ontbinden

De goden kwamen bij elkaar in een barak aan de rand van de stad. Zoals gewoonlijk sprak Zeus lang en saai. De eindconclusie: de organisatie moet ontbonden worden, het moet uit zijn met de zinloze illegaliteit, we moeten ons in die rationele maatschappij begeven en op de een of andere manier overleven. Athene zat in een hoekje te snikken.
De laatste inkomsten – dit dient onderstreept te worden – werden eerlijk gedeeld. Poseidon was optimistisch gestemd. Brulde luid dat hij zich wel zou redden. ’t Slechtst voelden zich de beschermers van genormaliseerde wateren en gekapte bossen. In stilte rekenden ze allemaal op dromen, maar niemand wilde daarover spreken.
Er kwamen geen wijzigingsvoorstellen. Hermes onthield zich van stemming. Athene zat in een hoekje te snikken.
’s Avonds laat gingen ze terug naar de stad, met valse papieren in de zak en een handvol kopergeld. Toen ze de brug overliepen, sprong Hermes in de rivier. Ze zagen hem verdrinken, maar niemand probeerde hem te redden.
De meningen waren verdeeld; was dit een goed teken of juist een slecht. Hoe het ook zij, dit was het punt vanwaar uit iets nieuws, iets duisters begon.

Vertaling Gerard Rasch


Chinees behang

Een onbewoond eiland met het suikerbrood van een vulkaan. Midden in het vlakke water een visser met een hengel en riet. Daarboven het eiland dat zich uitbreidt als een appelboom, met een pagode en een bruggetje waar twee verliefden elkaar onder een ontluikende maan ontmoeten.
Had men het hierbij gelaten, dan was het een mooie episode geweest – de geschiedenis van de wereld in een paar woorden. Maar het wordt met een geesteloze, hardnekkige precisie eindeloos herhaald – vulkaan, verliefden, maan.
Erger kan men de wereld niet beledigen.

Vertaling Gerard Rasch


Meneer Cogito – de terugkeer

1
 
Meneer Cogito
heeft besloten terug te keren
in de stenen schoot
van het vaderland
 
 
 de beslissing is dramatisch
hij betreurt haar bitter
hij kan alleen niet langer tegen
die alledaagse wendingen
 
-comment allez-vous
-wie geht’s
-how are you
 
 
 schijnbaar eenvoudige vragen
vereisen een ingewikkeld antwoord
 
 
 meneer Cogito neemt de zwachtels
van de vriendelijke onverschilligheid weg
 
 
gelooft niet meer in de vooruitgang
hem interesseert zijn eigen wond
 
 
al die uitgestalde overvloed
vult hem met verveling
 
 
hij is alleen gehecht
aan de Dorische zuil
aan de San Clemente
aan het portret van een zekere dame
een boek waarvoor hij geen tijd heeft gehad
en een paar andere kleinigheden
 
 
hij keert derhalve terug
 
 
hij ziet
de grens al
een geploegd veld
moorddadige wachttorens
dicht struikgewas van prikkeldraad
 
 
de geruisloze
pantserdeur
sluit zich langzaam achter hem
 
 
en nu
is hij al
alleen
in de schatkamer
van alle rampspoed

2
 
waarom keert hij dan terug
vragen zijn vrienden
uit de betere wereld
 
 
hij had hier kunnen blijven
zijn leven hoe dan ook kunnen inrichten
 
 
zijn wond toevertrouwen
aan chemische oplosmiddelen
 
 
achterlaten in de wachtkamer
van de grote luchthavens
 
 
waarom keert hij dan terug
 
 
-naar het water van zijn kinderjaren
-naar de verstrengelde wortels
-naar de omhelzing van het geheugen
-naar de hand de gezichten
geroosterd aan het spit van de tijd
 
 
schijnbaar eenvoudige vragen
vereisen een ingewikkeld antwoord
 
 
misschien keert meneer Cogito terug
om het antwoord te geven
 
 
op de influisteringen van de angst
op het geluk dat onmogelijk
op de klap die onverwachts
op de doodbrengende vraag


Meneer Cogito en de verbeelding

1
 
Meneer Cogito heeft nooit vertrouwen gehad
in de kunstjes van de verbeelding
 
 
een vleugel op een alpentop
speelse valse koncerten voor hem
 
 
voor labyrinten had hij geen waardering
de sfinx vervulde hem met afschuw
 
 
hij woonde in een huis zonder kelders
spiegels en dialectiek
 
 
de wildernissen van warrelige schilderijen
waren niet zijn vaderland
 
 
hij verhief zich slechts zelden
op de vleugels van de metafoor
stortte daarna neer als Icarus
in de omhelzingen van de Grote Moeder
 
 
hij aanbad tautologieën
uitleggingen
idem per idem
 
 
dat een vogel een vogel is
slavernij slavernij
een mes een mes
de dood de dood
 
 
hij hield van
de vlakke horizon
de rechte lijn
de aantrekking van de aarde

2
 
meneer Cogito zal gerekend worden tot
de soort der minores
 
 
onverschillig zal hij het vonnis aanvaarden
van de toekomstige letteronderzoekers
hij gebruikte de verbeelding
voor heel andere doeleinden
 
 
wat hij ervan maken wilde –
een instrument tot medeleven
 
 
hij wenste volkomen te begrijpen
 
 
-de nacht van Pascal
-de natuur van diamant
-de melancholie van de profeten
-de toorn van Achilles
-de waanzin van volkenmoordenaars
-de dromen van Mary Stuart
-de angst van de Neandertaler
-de wanhoop van de laatste Azteken
-het lange sterfbed van Nietzsche
-de vreugde van de schilder van Lascaux
-de opkomst en ondergang van een eik
-de opkomst en ondergang van Rome
 
 
dus de doden tot leven te wekken
het verbond trouw te blijven
 
 
de verbeelding van meneer Cogito
slingert heen en weer
 
 
in een precies verloop
van pijn tot pijn
 
 
daar is geen plaats
voor vuurwerk van poëzie
 
 
hij zou trouw willen blijven 
aan een onzekere helderheid


Meneer Cogito en de langlevendheid

1
 
Meneer Cogito
kan trots zijn op zich zelf
 
 
hij heeft de levensgrens
van vele andere dieren overschreden
 
 
wanneer de werkbij
de eeuwige rust ingaat
verheugt Cogito-zuigeling
zich in een uitstekende conditie
 
 
wanneer de wrede dood
de huismuis wegneemt
heeft hij gelukkig de kinkhoest doorstaan
de spraak en het vuur ontdekt
 
 
mogen we de vogeltheologen
geloven dan vliegt
de ziel van de zwaluw
na tien aardse lentes
naar het paradijs
 
 
op die leeftijd
studeerde jongeheer Cogito
met wisselend geluk
in klas 4 van de basisschool
en begonnen vrouwen hem te interesseren
 
 
vervolgens
heeft hij de tweede wereldoorlog gewonnen
(een twijfelachtige overwinning)
precies op het ogenblik dat
de geit
naar het Walhalla der geiten verhuist
 
 
een niet geringe prestatie geleverd
een paar dictatoren ten spijt
de Rubicon van de halve eeuw overschreden
bebloed
maar levend
 
 
karper
kaaiman
krab
verslagen
 
 
nu staat hij
tussen de eindtijd
van de aal
en de eindtijd
van de olifant
 
 
hier
om eerlijk te zijn
lopen de ambities
van meneer Cogito ten einde

2
 
een kist gedeeld met een olifant
boezemt hem in ’t geheel geen angst in
 
 
hij dorst niet naar de langlevendheid
van de papegaai
of van de Hippoglasus vulgaris
 
 
of
van de arend aan de hemel
de gepantserde schildpad
de onnozele zwaan
 
 
meneer Cogito
wil ’t liefst tot het einde toe
de bekoringen van het vergankelijke bezingen
 
 
daarom slikt hij geen Gelée Royale
drinkt geen elixers
onderhandelt niet met Mefisto
 
 
zorgzaam als een goede tuinman
kweekt hij rimpels op zijn gezicht
 
 
hij neemt ootmoedig de kalk aan
die in zijn aderen wordt afgezet
 
 
de leemtes in zijn geheugen verheugen hem
hij werd door het geheugen gekweld

als kind al
bracht de onsterfelijkheid hem
in een staat van
tremendum
 
 
de goden benijden – waarom
 
 
-om de blauwe tocht
in hun knoeiadministratie
-om hun onverzadigbare lusten
 
 
-om hun machtig geeuwen


Meneer Cogito over de deugd

1
 
Geen wonder
dat ze niet de uitverkorene is
van echte mannen
 
 
van de generaals
de atleten van het gezag
de despoten
 
 
de eeuwen door volgt ze hen
die dreinende oude vrijster
met haar schuwlelijke Leger-des-Heilshoedje
vermaant ze
 
 
haalt uit de rommella
het portret van Socrates
een kruisje gevormd van brood
oude woorden
 
 
-terwijl om haar heen het leven zo prachtig bruist
blozend rood als een abattoir ’s morgens
 
 
je kunt haar bijna begraven
in een zilveren kistje
met onschuldige soeveniers
 
 
ze wordt steeds kleiner
een haar in de keel
gezoem in het oor

2
 
mijn God
was ze maar een beetje jonger
een beetje mooier
 
 
ging ze maar mee met haar tijd
wiegend met haar heupen
op de maat van moderne muziek
 
 
misschien zouden ze dan van haar gaan houden
die echte mannen
de generaals de atleten van het gezag de despoten
 
 
dacht ze maar aan zichzelf
zag ze er maar presentabel uit
als Liz Taylor
of de Godin van de Overwinning
 
 
maar zij verspreidt
de lucht van motteballen
snoert haar mond
herhaalt haar grote – Nee
 
 
onuitstaanbaar koppig
belachelijk als een vogelverschrikker
als de droom van en anarchist
als heiligenlevens


De eschatologische voorgevoelens van meneer Cogito

1
 
Zoveel wonderen
in het leven van meneer Cogito
grillen van de fortuin
prachtmomenten en dieptepunten
zijn eeuwigheid zal dus wel
bitter zijn
 
 
zonder reizen
vrienden
boeken
 
 
maar wel
met een overvloed aan tijd
als een longpatiënt
als een keizer in ballingschap
 
 
hij zal zeker het grote plein
van het vagevuur vegen
of zich staan te vervelen voor de spiegel
van een verlaten barbierswinkel
 
 
zonder pen
inkt
perkament
 
 
zonder herinneringen aan zijn kinderjaren
aan de algemene geschiedenis
aan zijn vogelatlas
 
 
net als anderen
zal hij deelnemen aan
cursussen uitroeien
aardse gewoontes
 
 
de wervingscommissie
werkt zeer nauwkeurig
 
 
verdelgt de laatste restjes zintuig
in de kandidaten voor het paradijs
 
meneer Cogito zal zich verdedigen
verbeten weerstand bieden

2
 
’t makkelijkst zal hij zijn reukzin inleveren
hij gebruikte deze met mate
probeerde nooit iemand op te speuren
 
 
zonder spijt zal hij ook
de smaak van eten
en de smaak van honger inleveren
 
 
hij zal zijn oorlellen
op de tafel van de wervingscommissie leggen
 
 
in zijn aardse leven
was hij melomaan van de stilte
 
 
hij zal de strenge engelen alleen
proberen uit te leggen
dat het gezicht en de tast
hem niet willen verlaten
 
 
dat hij in zijn lichaam nog steeds
alle aardse doornen voelt
alle splinters
liefkozingen
de vlam
de zweepslagen van de zee
 
 
dat hij nog steeds
de spar op de berghelling ziet
de zeven kandelabers van de metten
de blauwe aderen van de lazuursteen
 
 
hij zal zich onderwerpen aan alle folteringen
van hun milde overreding
maar tot het einde toe verdedigen
het schitterende gevoel van pijn
 
 
een paar verkleurde beelden
op de bodem van zijn verkoolde oog

3
 
wie weet
misschien zal het hem lukken
de engelen ervan te overtuigen
dat hij ongeschikt is
voor het verrichten
van hemelse dienst
 
 
en staan ze hem toe terug te keren
over het dichtgegroeide paadje
naar de oever van de witte zee
naar de grot van het begin


Het monster van meneer Cogito

1
 
De gelukkige Sint-Joris
kon van zijn ridderzadel
de kracht en bewegingen van de draak
nauwkeurig beoordelen
 
 
het eerste principe van de strategie
een juiste beoordeling van de vijand
 
 
de positie van meneer Cogito
is minder gunstig
 
 
hij zit in het lage
zadel van een dal
waar dichte mist is gesponnen
 
 
door de mist kan hij onmogelijk
de brandende ogen
gulzige klauwen
muil opmerken
 
 
door de mist
kan hij alleen
het niets zien flikkeren
 
 
het monster van meneer Cogito
heeft geen dimensies
 
 
is moeilijk te beschrijven
ontsnapt aan definities
 
 
is als een enorme depressie
die zich boven het hele land uitstrekt
 
 
is niet te doorsteken
met een pen
een argument
een lans
 
 
zonder die benauwende zwaarte
en de dood die hij stuurt
zou je kunnen denken
dat hij een hersenschim is
een ziekte van de verbeelding
 
 
maar hij is er
is er zeker
 
 
als gifgas vult hij
huizen tempels bazaars tot de nok
 
 
vergiftigt putten
vernietigt bouwwerken van de geest
bedekt brood met een laag schimmel
 
 
het bewijs van het bestaan van het monster
zijn zijn slachtoffers
 
 
dit is een indirect
maar voldoende bewijs

2
 
verstandige mensen zeggen
dat er wel met het monster
valt te leven
 
 
men dient alleen
heftige bewegingen
heftige woorden te vermijden
 
 
dreigt er gevaar
dan de gedaante aannemen
van een steen of een blad
 
 
naar de wijze Natuur luisteren
die navolging aanbeveelt
 
 
oppervlakkig ademhalen
doen alsof we er niet zijn
 
 
meneer Cogito echter
houdt niet van een schijnleven
 
 
hij zou willen strijden
met het monster
op aangestampte aarde
 
 
daarom gaat hij met de dageraad
de slaperige voorstad in
wijselijk uitgerust
met een lang scherp voorwerp
 
 
hij roept het monster overal
in de lege straten
 
 
beledigt het monster
provoceert het monster
 
 
als een doldrieste tirailleur
van een leger dat niet bestaat
 
 
roept hij –
komt te voorschijn vuile lafaard
 
 
door de mist
ziet hij alleen
de enorme smoel van het niets
 
 
meneer Cogito wil aantreden
voor de ongelijke strijd
 
 
dit moet gebeuren
zo spoedig mogelijk
 
 
alvorens hem bereikt
velling door krachteloosheid
een gewone dood zonder glorie
worging door het vormeloze


Meneer Cogito over de behoefte aan exactheid

1
 
Meneer Cogito
verontrust een probleem
op het gebied van de toegepaste wiskunde
 
 
de moeilijkheden waarop we stoten
bij eenvoudige rekenkundige operaties
 
 
kinderen hebben het makkelijk
tellen appel op bij appel
trekken korrel af van korrel
 
 
de rekensom komt uit
de voorschool van de wereld
klopt veilig en warm
 
 
men heeft de deeltjes van de materie gemeten
hemellichamen gewogen
en alleen in menselijke aangelegenheden
woedt een af te keuren onzorgvuldigheid
de exacte gegevens ontbreken
 
 
door de oneindige uitgestrektheid van de geschiedenis
waart een spook
het spook van de onbepaaldheid
 
 
hoeveel Grieken sneuvelden bij Troje
-we weten het niet
 
 
de precieze verliezen opgeven
aan beide zijden
in de slag bij Gaugamela
Azincourt
Leipzig
Kutno
 
 
en ook het aantal slachtoffers
van de witte
de rode
de bruine
-ach die kleuren onschuldige kleuren –
terreur
 
 
-we weten het niet
werkelijk niet
 
 
meneer Cogito
wijst de zinnige verklaring af
dat dit lang geleden gebeurde
dat de wind de as heeft gemengd
het bloed naar zee is gestroomd
 
 
zinnige verklaringen
versterken de onrust
van meneer Cogito
 
 
want zelfs dat
wat voor onze ogen gebeurt
ontsnapt aan de cijfers
verliest zijn menselijke maat
 
 
er moet ergens een fout schuilen
een fataal defect in de instrumenten
of een zonde van het geheugen

2
 
enkele eenvoudige voorbeelden
uit de boekhouding van de slachtoffers
 
 
de precieze hoeveelheid omgekomenen
bij een vliegtuigongeluk
is gemakkelijk vast te stellen
 
 
belangrijk voor de erfgenamen
en in rouw gedompelden

 
de verzekeringsmaatschappijen
 
 
we nemen de lijst van de passagiers
en de bemanning
bij elke naam
zetten we een kruisje
 
 
 iets moeilijker is het
in het geval
van een treinongeluk
 
 
de aan stukken gereten lichamen
moeten weer in elkaar worden gezet
zodat geen enkel hoofd
onbeheerd blijft
 
 
onder natuurrampen
wordt
de rekensom
gecompliceerd
 
 
we tellen de overlevenden
terwijl de onbekende rest
die levend is noch
definitief dood
betiteld wordt met de zonderlinge naam
vermisten
 
 
ze hebben nog een kans
om naar ons terug te keren
uit het vuur
het water
het water
het binnenste der aarde
 
 
als ze terugkeren – dan is het goed
als ze niet terugkeren – niets aan te doen

3
 
nu komt
meneer Cogito
op de wankele hoogste
trap van onbepaaldheid
 
 
hoe moeilijk het is de namen vast te stellen
van allen die zijn omgekomen
in de strijd met onmenselijke machthebbers
 
 
de officiële gegevens
verminderen hun getal
zonder mededogen decimeren ze
de gevallenen nog een keer
 
 
en hun lichamen verdwijnen
in de peilloos diepe kelders
van grote politiegebouwen
 
 
de ooggetuigen
verblind door gas
verdoofd door salvo’s
angst en wanhoop
zijn geneigd te overdrijven
 
 
waarnemers van buiten
geven twijfelachtige cijfers op
voorzien van het honende
woordje ‘ongeveer’
 
 
maar in dit soort zaken is
accuratesse toch juist noodzakelijk
mag je geen fouten maken
er niet één vergeten
 
 
we zijn ondanks alles
ons broeders hoeder
 
 
onwetendheid aangaande de vermisten
ondermijnt de realiteit van de wereld
 
 
smijt haar in de hel van de schijn
in het duivelse net van een dialectiek
 
 
die verkondigt er is geen verschil
tussen substantie en schim
 
 
we moeten derhalve weten
precies tellen
bij de naam roepen
voor de reis voorzien
 
 
van een aarden kommetje
van gierst papaver
een benen kam
pijlpunten
een ring van trouw
 
 
amuletten


Meneer Cogito denkt na over het bloed

1
 
Bij het lezen van een boek
over de horizon van de wetenschap
de geschiedenis van de vooruitgang van het denken
van de duisternis van het fideïsme
tot het licht van de kennis
is meneer Cogito
gestuit op een episode
die de privé horizon van meneer Cogito
heeft verduisterd
met een wolk
 
 
een nietige bijdrage
tot de lijvige geschiedenis
van fatale menselijke feilen
 
 
zeer lang
hield de overtuiging stand
dat de mens
een aanzienlijk bloedreservoir bezat
 
 
een dikbuikig vaatje
ruim twintig liter
-een kleinigheid
 
 
dit verklaart ook
die overvloedige beschrijvingen van veldslagen
slagvelden rood als koraal
onstuimige stromen van vergoten bloed
die hemel die
de verfoeilijke hecatomben herhaalde
 
 
en tevens de algemene
methode van genezen
 
 
zieken
werd de slagader geopend
en lichtvaardig tapte men
de kostbare vloeistof af
in een tinnen kom
 
 
niet iedereen hield het uit
Descartes fluisterde in doodsstrijd
Messieurs épargnez –

2
 
nu weten we precies
dat in het lichaam van ieder mens
veroordeelde en beul
maar net
vier vijf liter stroomt
van wat genoemd wordt
de ziel van het lichaam
 
 
een paar flessen Bourgogne
een kruik
een kwart
van de inhoud van een emmer
 
 
weinig
 
 
meneer Cogito
verwondert zich naïef
waarom heeft deze ontdekking
geen ommekeer teweeggebracht
op het gebied van de zeden
 
 
dit had de mens ten minste moeten bewegen
tot verstandige zuinigheid
hij mag er niet meer zoals vroeger
slordig mee omspringen
op de velden van oorlog
op het schavot
 
 
er is echt niet zoveel
we hebben meer water olie
energiereserves
 
 
het is echter anders gelopen
men trok schandalige conclusies
 
 
in plaats van terughoudendheid
verkwisting
 
 
de exacte meting
heeft de nihilisten gesterkt
de tirannen nieuw élan gegeven
ze weten nu precies
 
 
hoe broos de mens is
en hoe makkelijk hij verbloedt
 
 
vier vijf liter
een grootheid zonder betekenis
 
 
zo heeft deze triomf van de wetenschap
de geest dus niet gevoed
geen gedragsbeginsel
geen morele norm aangedragen
 
 
een geringe troost
denkt meneer Cogito
dat de inspanningen van onderzoekers
niets aan de loop der dingen veranderen
 
 
ze wegen nauwelijks zoveel
 als de zucht van een dichter
 
 
terwijl het bloed
 blijft stromen
 
 
de horizon van het lichaam
de grenzen van de fantasie overschrijdt
 
 
-er zal vast een zondvloed komen


MINOLTA DIGITAL CAMERA

Meneer Cogito – aantekeningen uit het dodenhuis

1
 
geveld lagen wij terneer
op de bodem van de tempel van het absurde
door lijden gezalfd
in natte lijkwaden van vrees
 
 
als vruchten
gevallen
uit de boom des levens
ieder apart
rottend op zijn eigen manier
alleen daarin sluimerde nog
een restje mens-zijn
 
 
door een onbevattelijk vonnis
gestoten van de troon der primaten
gelijkend op holtedieren
eencelligen
neteldieren
 
 
beroofd
van de ambitie
te bestaan
 
 
en toen
om tien uur ’s avonds
nadat het licht was gedoofd
weerklonk
onverwacht
als elke openbaring
een stem

van een man
vrij
gebiedend
opstanding
uit de dode
 
 
een stem
machtig
koninklijk
wegvoerend
uit het huis van slavernij
 
 
we lagen in rijen naast elkaar
laag
een en al oor
 
 
terwijl hij
zich verhief
boven ons

2
 
niemand kende
zijn gezicht
 
 
hermetisch opgesloten
op een ontoegankelijke plaats
het debir
genaamd
 
 
in het binnenste
het hart van de schatkamer
 
 
onder de bewaking van wrede priesters
onder de bewaking van wrede engelen
 
 
wij noemden hem Adam
dat betekent uit de grond genomen
 
 
om tien uur ’s avonds
nadat het licht was gedoofd
begon Adam zijn concert
 
 
voor de oren van profanen
klonk het
als het gebrul van een geketende
 
 
voor ons
Epifanie
 
 
hij was
gezalfde
offerdier
psalmist
 
 
bezong
de onbevattelijke woestijn
de roep van de afgrond
de strop in de hemelen
 
 
de schreeuw van Adam
bestond uit
twee drie klinkers
gespannen als de ribben van het hemelgewelf
 
 
daarna
opeens
een pauze
 
 
 de ruimte verscheurd
 
 
en dan weer
als een donderslag vlakbij
dezelfde twee drie
klinkers
 
 
een steenlawine
de stem van vele wateren
de bazuinen van een gericht
 
 
maar daarin was niets
van een klacht
van een bede
geen schaduw van doloroso
 
 
hij groeide
zwol aan
duizelingwekkend
 
 
een donkere kolom
die de sterren
neerstootte

3
 
na enige concerten
zweeg hij
 
 
de illuminatie van de stem
duurde kort
 
 
verloste
zijn belijders niet
 
 
ze haalden Adam weg
of hij had zich zelf teruggetrokken
in de eeuwigheid
 
 
opgedroogd
de bron
van het oproer
 
 
en misschien
ben ik de enige
die de echo
van zijn stem
nog hoort
 
 
steeds ijler
stiller
steeds verder weg
als de muziek der sferen
de harmonie van het heelal
 
 
zo volmaakt
dat onhoorbaar